Mr. dr. Bastiaan Rijpkema: Weerbare democratie in Europees perspectief

Bastiaan Rijpkema

Bastiaan Rijpkema

Bastiaan Rijpkema is rechtsfilosoof en universitair docent. In verschillende landen staat de liberale democratie volgens hem onder druk. De Verenigde Staten, Turkije, Hongarije en Polen zijn er spraakmakende voorbeelden van. In Nederland wil de PVV de godsdienstvrijheid afschaffen en de vrijheid van onderwijs aantasten.

Antidemocratische of antirechtstatelijke partijen hebben niet eens altijd een meerderheid nodig om de democratie te bedreigen. Ook een militante en vasthoudende minderheid kan schade berokkenen.

Een weerbare democratie probeert zich hiertegen te verdedigen. De Nederlandse democratie wordt mede beschermd door een verbodsbepaling in het Burgerlijk Wetboek. Die zorgt ervoor dat bepaalde organisaties verboden kunnen worden. Dat gebeurt ook daadwerkelijk in Nederland, na WOII bijvoorbeeld bij de NSB en in de jaren 90, toen de CP’86 werd verboden.

Volgens Rijpkema moeten we die verbodsbepaling dringend aanpassen. Dezelfde verbodsgrond geldt nu voor alles: van, bij wijze van spreken, een illegale tennisclub tot gewelddadige motorclubs, maar ook antidemocratische politieke partijen – terwijl die laatste categorie een heel andersoortig gevaar voor de democratie vormt. De grond is nu bovendien: verstoring van openbare orde. Een té vaag begrip, aldus Rijpkema.

Het maakt dat er op dit moment onduidelijkheid bestaat over de uiterste grenzen van het democratische speelveld. Dat is onacceptabel. De PVV is nog geen antidemocratische partij, maar wel een anti-rechtsstatelijke. Voordat een werkelijk antidemocratische partij zich aandient, dienen we onze verbodsbepaling op orde te hebben, anders komt de rechter in grote moeilijkheden.

Europa kent een soortgelijke lastigheid, met artikel 7 in het Verdrag van Lissabon. Dat bestaat om in te grijpen tegen EU-landen die niet langer democratisch functioneren. Het artikel is nog nooit gebruikt en door het vetorecht moeilijk toepasbaar: landen als Polen en Hongarije houden elkaar de hand boven het hoofd. Zoals een aantal juristen suggereren, denkt Rijpkema dat de sanctionering moet worden gefaseerd. Bijvoorbeeld met eerst economische sancties. De EU betaalt veel geld aan Hongarije; tegelijkertijd ontwikkelt het land zich in onrechtsstatelijke richting – die zaken moet je met elkaar in verband brengen.