Grote Expertisedag Nieuwe Media 2015

Alles wat je moet weten over de vijfde Grote Expertisedag Nieuwe Media

Abstracts, slideshows en video-opnames van de presentaties:

IMG_0503Internationale en nationale pioniers van de online journalistiek deelden dinsdag 16 juni 2015 hun inzichten op de vijfde Grote Expertisedag Nieuwe Media (zie ook #GENM15 op Twitter). Centraal stond de cultuuromslag die nodig is bij traditionele journalisten. Een verslag over de avant-garde die een digitale weg zoekt, maar vooral: binding met het publiek.

 

Nikki Usher, assistent professor van The School of Media in Washington DC, Verenigde Staten

Nikki Usher deed vijf maanden onderzoek naar de online nieuwsverspreiding van The New York Times (NYT). Ze kreeg onbegrensde toegang in de keuken van een van ’s werelds toonaangevende kranten. Wat bleek: ook NYT had moeite met het bedienen van het online publiek. Zo was er tot voor kort een eindredacteur die zonder strategie bepaalde welke berichten op de voorpagina van de website van NYT te zien waren. Bij de vergaderingen van de krant is het sinds kort verboden om over paginanummers te praten. Redacteuren kunnen alleen verhalen pitchen voor bepaalde tijdstippen op de dag, gericht op online. De voorpaginavergadering is dus afgeschaft.

IMG_0506In haar toespraak en slides die u hieronder kunt zien, geeft Usher tips en analyseert ze waar de krant nu staat en hoe lang de weg nog is die NYT heeft te gaan. “Er is een culturele omslag nodig. Je kunt niet veranderen zonder eerst de cultuur te veranderen.” Die omslag wordt de medewerkers soms door de strot geduwd. Zo kregen redacteuren onlangs een e-mail waarin stond dat de NYT-site een tijd lang niet beschikbaar zou zijn op hun computers – alleen via mobiel. De helft van de lezers van NYT komt namelijk inmiddels via mobiel binnen en de redacteuren dienen zich daar meer op te focussen, aldus de leiding van de krant.

Bekijk hier de presentatie van Nikki Usher.

Naar aanleiding van haar onderzoek, schreef ze het boek Making News at The New York Times.

Laurens Verhagen, Chef Digital Volkskrant.nl

IMG_0575De presentatie van Laurens Verhagen behandelt vooral de vorm waarin redacties verhalen gieten. Toen de oud-hoofdredacteur van NU.nl vier jaar geleden bij VK.nl begon – zoals de site toen nog heette – mocht hij slechts vijf stukken uit de krant op de site plaatsen. De hoofdredactie reageerde nogal eens gepikeerd als hij weer de vijf beste stukken van die dag op de website had weggegeven. In de jaren erna bleef de Volkskrant worstelen met de online versie van de kwaliteitskrant. Pas toen VK.nl Volkskrant.nl werd, kon de kloof tussen online en print worden gedicht.

Eerder leidde die kloof tot bizarre taferelen. Columnisten als Nico Dijkshoorn plaatsten foto’s van de papieren krant op Twitter om hun stuk maar te kunnen delen. Soms werd er dubbel werk verricht. Dan verscheen er zowel op de website als in de krant een verhaal met dezelfde invalshoek, geschreven door twee verschillende redacteuren, zonder dat ze dat van elkaar wisten.

Hoe anders is dat anno 2015. Achter een betaalmuur is de krant tegenwoordig volledig te lezen. Steeds meer abonnees willen doordeweeks de krant op iPad of smartphone, maar zaterdag nog wel op papier. Volgens Verhagen scoren grote verhalen en live-blogs het beste online. Maar ook pikante berichten en foto’s doen het goed, blijkt uit de analyses. Om de identiteit van de krant te bewaken vindt Verhagen het wel van belang dat redactionele keuzes leidend blijven, in plaats van de statistieken over de pageviews.

Bekijk hier de presentatie van Laurens Verhagen.

Freek Staps, chef NRC Q:

IMG_0624Een opvallende nieuwkomer in de Nederlandse online media is NRC Q. Anderhalf jaar geleden zette Freek Staps samen met zijn NRC-collega Wieland van Dijk “een journalistieke speeltuin op”. Een site met economisch nieuws, toegankelijk geschreven stukken en voorzien van interactieve infographics. Door stukken een limiet van maximaal 500 woorden te geven, worden redacteuren gedwongen de informatie multimediaal te verpakken. Ook Whatsapp wordt ingezet om mensen op de hoogte te brengen van het laatste nieuws. Branded Content zorgt voor een deel van de inkomsten.

Staps deed een maand onderzoek naar start-ups binnen redacties aan de Nieman Foundation – een journalistiek instituut aan de universiteit van Harvard. Voornamelijk hoe redacties die start-ups dan weer kunnen gebruiken in de overgang naar een digitaal gericht medium. Hij formuleert een aantal tips: “Zorg ervoor dat je een mandaat hebt van de hoofdredactie. Dat deze je start-up steunt en dat deze enthousiasme uitdraagt. Maar: laat de leiding niet zelf in het team plaatsnemen. Iedereen móet straks mee met de digitale ontwikkelingen, dus houd een no-jerk policy om die ene vervelende collega nu écht buiten de deur te houden.” De zaal moet erom lachen, maar aan de vele ja-knikkers ziet Staps dat zijn opmerking begrepen wordt.

Bekijk hier de presentatie van Freek Staps, namens NRC Q.

Door haperende techniek voor aanvang van de presentatie van Freek Staps was er een geimproviseerde Q&A met Freek Staps, Laurens Verhagen en Jurriaan Bernson. Bekijk hier deze Q&A.

Jurriaan Bernson, hoofd product and development NU.nl:

IMG_0686Bij NU.nl is de innovatie vooral gericht op de relatie tussen het publiek en het medium. Jurriaan Bernson vertelt dat veertig procent van de nieuwsfoto’s van de binnenlandredactie afkomstig is van het publiek. Binnenkort komt NU.nl zelfs met een eigen livestream, waarbij ooggetuigen ontwikkelingen van een nieuwsfeit live via NU.nl kunnen uitzenden. Dagblad Trouw probeerde ooit al eens eenzelfde soort concept, maar dat stierf in schoonheid door te trage internetverbindingen in het land. Door de groei van 4G én met 5G op komst, denkt Bernson het idee nieuw leven in te kunnen blazen.

Daarnaast wordt bij NU.nl de nieuwsvoorziening steeds meer aangepast aan de locatie van het publiek. Als lezer krijg je berichten uit de regio waarin je je bevindt. Ben je in Groningen, dan krijg je nieuws van NUgroningen, ben je in Utrecht, dan ontvang je berichten van NUutrecht.

Bekijk hier de presentatie van Jurriaan Bernson, namens NU.nl.

Brian Boyer, hoofd visuals team bij de grootste publieke radiozender van de Verenigde Staten, NPR (National Public Radio):

IMG_0765De zaal stil krijgen door simpelweg je producties te laten zien. Dat lukte Brian Boyer van het Amerikaanse NPR. Alles wat zijn digitale team maakt voor de website van NPR wordt gerealiseerd met hetzelfde motto in het achterhoofd: We make people care. En producties zijn ook nog eens zeer toegankelijk; NPR vermijdt onnodig klikwerk voor de bezoeker. “Do the least interactive thing that works”, vertelt Boyer, wiens stem en tempo prijsgeven dat hij bij een radiostation werkt.
NPR reisde twee weken langs de grens tussen de VS en Mexico om twaalf verhalen te maken met een combinatie van beeld, geluid en tekst. “Een goede foto werkt daarbij als empathiemachine”, legt Boyer uit aan de hand van de getoonde reportages. Al klikte het overgrote deel van de lezers weg toen er een “leuk uitziende, lieve jongen” werd geïnterviewd. Een wijze les voor een volgende productie, aldus programmeur Boyer die journalist werd en die veel uittest.

Het meest trots is Boyer op de productie over sociale woningen in Chicago. Bij deze en bij alle andere verhalen staat het publiek centraal. Hij herhaalt: “Wij denken vanuit de lezer.”

IMG_0742Boyer deed ook een interessant experiment rondom donatie. De opzet was simpel: de ene helft van de lezers kreeg aan het einde van de online productie een donatieknop te zien. De andere helft kreeg de vraag ‘vond je deze productie leuk?’ met de keuze om op ja of nee te klikken. Pas daarna kwam de donatieknop in beeld. Het resultaat laat zich raden: tien keer zoveel mensen doneerden als ze eerst de ja/nee vraag hadden gehad en niet direct naar de donatieknop werden geleid.

Net als veel andere sprekers beklemtoont Boyer het belang van de mobiele website. Het gebruik van mobiel groeit razendsnel en daar moeten journalisten en programmeurs zich op instellen. Met een grijns op zijn gezicht verwijst hij naar de volgens hem geslaagde actie van NYT om de eigen website in het redactiegebouw alleen nog mobiel toegankelijk te maken. “Als het op een mobiel niet werkt, werkt het niet. Ik moedig mensen aan éérst een mobiele variant van een productie te maken.” Op het scherm verkleint Boyer de webproductie over Mal-Mart totdat het er ineens uitziet zoals op een mobieltje. Automatisch passen de cirkeldiagrammen zich aan. “Ooh”, klinkt het uit het publiek.

Bekijk hier de presentatie van Brian Boyer, namens NPR.

Edwy Plenel, hoofdredacteur van de Franse onderzoeksjournalistieke site Mediapart:
IMG_0807Het meest principieel-idealistische betoog komt van Edwy Plenel. De Fransman typt nog met twee vingers, maar richtte in 2008 wel eigenhandig het onderzoeksjournalistieke online platform Mediapart op. Plenel was daarvoor journalist en hoofdredacteur van Le Monde, maar vertrok toen de onafhankelijke journalistiek daar volgens hem in de verdrukking kwam door een overname. Om de journalistiek als waakhond, betrouwbare informatievoorziener en democratisch bolwerk te behouden, weert hij commerciële partners van zijn start-up. “Only the reader can buy us”, luidt zijn slogan. En over onderzoeksjournalistiek zegt hij: “Het opereert aan de frontlinie van het recht om te weten.”

Op het eerste gezicht doet Mediapart niet veel nieuws. Het volgt de traditionele journalistieke principes, alleen in een nieuw jasje. Serieuze stukken achter een betaalmuur, zonder infotainment en advertenties, maar mét de opties op genuanceerde discussies en goede gesprekken. Er is daarbij alleen een online versie van de krant. “It’s a newspaper without paper.” “Go into modernity to fight for tradition”, voegt Plenel toe. Zijn speerpunten: onafhankelijkheid, geen belangenconflicten, serieuze journalistiek en kwaliteit.

IMG_0797Voor Plenel is kwaliteitsjournalistiek een strijd om vrije informatie, die zonder meer samen met het publiek dient te worden gevoerd. “Er is sprake van een heuse strijd, net als tijdens de eerste industriële revolutie. Het is een strijd tussen het volk en de machthebbers.” Journalisten kunnen het zich niet meer permitteren daarin enkel toeschouwers te zijn, aldus de oud-hoofdredacteur van Le Monde. En: virtual is reality. Realiseer je als journalist en redacteur dat achter elk verhaal een werkelijkheid schuilt waarmee je je moet verbinden.

Met al 130.000 betalende leden bewijst het medium dat publiek wel degelijk bereid is om voor deze principiële diepgang online te betalen. Mediapart maakt dus winst.

Ook via beeld voert Plenel die strijd voor onafhankelijkheid en kwaliteit. Op de site van Mediapart is ruimte voor lange video’s waarin onderwerpen uitgebreid worden doorgelicht, zonder dat daar commerciële belangen mee gepaard gaan. In zeker opzicht vertoont Mediapart gelijkenissen met De Correspondent. Maar volgens Plenel is De Correspondent meer een magazine daar waar Mediapart zich presenteert als een digitaal dagblad.

Bekijk hier Plenels volledige verhaal over zijn missie tegen de vercommercialisering van de journalistiek die hij ook omschrijft als “een tweede beschavingsmissie.”

Sjoerd Raaijmakers, uitgever van Vice Media Benelux:

IMG_0859Sjoerd Raaijmakers beschrijft in zijn presentatie de geschiedenis van Vice, dat in 1994 begon als punkblaadje in Canada. Inmiddels is Vice uitgegroeid tot een wereldwijde nieuwsorganisatie, dat actief is in 36 landen. De video’s van Vice zijn op YouTube zelfs één procent van alle video’s die worden bekeken. Vice, of ”MTV, maar dan online” is wereldwijd hard gegroeid door het sluiten van partnerships. Op het scherm laat Raaijmakers een indrukwekkende cirkeldiagram zien met alle samenwerkingsverbanden. Zo is Vice bijvoorbeeld op betaalzender HBO te zien.

Vice onderscheidt zich online door heel dicht bij het verhaal te komen. Raaijmakers maakt duidelijk dat ze absoluut geen verhalen willen van “iemand die vanaf zijn zolder een blog tikt”. Met een groot netwerk van vaste en freelance verslaggevers en met redacties in tientallen landen gaat Vice echt naar de verhalen toe. Ook als die zich in conflictgebied afspelen: Vice kwam als eerste in de buurt van de terreurbeweging Islamitische Staat en vertelde first-hand wat er speelde. “Wij maken verhalen die andere media niet oppikken – of we maken ze juist met een unieke invalshoek”, zegt Raaijmakers om de razendsnelle groei te verklaren. “En alles is gratis, dus moet het wel een groot publiek bereiken.”

Als enige van de sprekers noemt Raaijmakers specifiek de samenwerking tussen de redactie en de marketingafdeling. “Die werken de hele dag nauw met elkaar samen. Verhalen worden ingepland. We maken bijvoorbeeld documentaries van veertig minuten die goed worden bekeken – maar niet om acht uur ‘s ochtends. De makers worden dus gedwongen samen te werken met de social producers om het beste te kunnen bepalen wanneer wat online komt.”

Bekijk hier de presentatie van Sjoerd Raaijmakers, namens Vice.

 

Tekst: @Joost Scheffers en @Geart van der Pol