Grote Expertisedag Nieuwe Media 2017

Abstracts, slideshows en video-opnames van de presentaties.

Pioniers van de online journalistiek uit de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, Australië en Nederland deelden vrijdag 23 juni hun nieuwste inzichten op de zevende Grote Expertisedag Nieuwe Media (zie ook #genm17 op Twitter). Na de opening door directeur Bas Mesters en hoogleraar journalistiek Mark Deuze, doken we dieper in de wereld van: public powered journalism, computer based onderzoeksjournalistiek in tijden van alternative facts en factchecking, virtual reality en drone journalism.

GENM17

Onderzoeksjournalistiek in het Trump-tijdperk
CHRIS HAMBY, onderzoeksjournalist bij BuzzFeed News en Pulitzerprijs-winnaar (2014)

Chris Hamby In de openingspresentatie van de Grote Expertisedag Nieuwe Media spreekt Chris Hamby over onderzoeksjournalistiek in het Trump-tijdperk. President Trump heeft met zijn tweets de publieke discussie rondom de betrouwbaarheid van de journalistiek aangewakkerd. Hij is weliswaar de bekende olifant in de porseleinkast, maar volgens Hamby versnelt Trump slechts een proces dat al lang gaande is. De onderzoeksjournalist noemt de discussie een wake-up call. Een reden voor nervositeit, maar ook voor optimisme en verandering: “Het is een kans om de confrontatie aan te gaan met onze tekortkomingen als industrie, en hoe cliché het ook klinkt, deze te veranderen in kansen.”

Maar hoe? “Ik denk dat om het vertrouwen van het publiek terug te winnen, we moeten rekenen op de basisprincipes die altijd tot goede journalistiek hebben geleid,” zegt Hamby. “We kunnen alleen het vertrouwen van het publiek terugwinnen door vertrouwenswaardig werk af te leveren.” President Trump zou dus de redding van de nieuwsmedia kunnen zijn. Mensen zijn nog steeds bereid te betalen voor goede journalistiek. “We need to soulsearch, to refocus,” besluit Chris Hamby. “This is more important now, than it maybe ever has been.”

Fake news en fact check 1: Iedereen zou een factchecker moeten zijn
PETER BURGER, universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media

Peter Burger is universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Sinds 1990 doet hij al onderzoek naar nepnieuws, hoaxes, mediahypes en andere sterke verhalen. Hij vertelt over nepnieuws op het internet en hoe media factchecking kunnen optimaliseren. Nepnieuws in de vorm van clickbaits, complotten en andere onwaarheden is een ware business. Het verdienmodel bestaat uit goedkope content, Google-advertenties en het binnenhalen van bezoekers via sites als Facebook en Twitter.

Peter Burger Onderwerpen zijn prikkelend, dingen waarover veel mensen graag praten. Een verhaal over het slikken van een pissebed tegen hooikoorts valt met maar liefst 245 duizend keer onder de meest gedeelde clickbaits op Facebook. Maar ook mainstream media trappen geregeld in nepnieuws, denk aan Bigfoot of een Canadese forens die duizend kilometer naar zijn werk zou rijden. Echt regionaal nepnieuws is nog niet gesignaleerd. “Dat levert niet genoeg op”, aldus Burger.

Vooral platforms als Facebook en Google nemen op dit moment maatregelen tegen de verspreiding van nepnieuws. Facebook via hun algoritme, Google door factchecks bovenaan hun zoekresultaten te zetten. Maar terwijl sommige politici systematisch nepnieuws delen met hun volgers op Twitter, is er volgens Burger nauwelijks aandacht voor dit probleem in mainstream media. “En dat is een probleem,” stelt de universitair docent. “Nepnieuws is echt nieuws, het probleem is zorgwekkend groot. In deze tijd zou iedereen een factchecker moeten zijn.”

GENM17

Public powered journalism
JENNIFER BRANDEL, grondlegger van het zogenoemde ‘public powered journalism’ en oprichter van het revolutionaire journalistieke platform Hearken

JenniferDe Amerikaanse Jennifer Brandel is een enthousiaste verschijning die geanimeerd vertelt over haar journalistieke achtergrond. Toen zij de journalistieke wereld betrad, vroeg zij zich af: hoe kan één enkele journalist bepalen wat belangrijk is voor duizenden anderen? Hoe kunnen we zo’n grote taak aan een journalist geven? Hoe kunnen we de verhalen vertellen van degenen die niet aan de redactietafel van de nieuwsorganisaties zitten? En, op welke manier kunnen we als journalisten van tevoren weten of ons werk relevant en belangrijk is voor de doelgroep?

Haar antwoord op al deze vragen is eigenlijk vrij eenvoudig: laat je publiek de vragen stellen waarop zij het antwoord willen horen. Zo ben je verzekerd van originele, relevante en interessante content. Via het platform Hearken kunnen nieuwsorganisaties features implementeren waardoor de gebruikers vragen kunnen stellen, kunnen stemmen op het soort vragen dat zíj belangrijk vinden en op die manier betrokken worden in het journalistieke proces.

Jennifer BrandelIn plaats van traditionele journalistiek, waarbij de journalisten roepen: “Hier, dit is wat je moet weten”, vragen de journalisten nu aan het publiek: “Wat is het dat jullie willen weten?”. Het publiek wordt actiever en raakt betrokken bij het proces en daardoor meer betrokken bij de nieuwsorganisatie. Journalisten worden in plaats van gatekeepers steeds meer connectors.

En dat werkt. Volgens Brandel zorgt deze journalistieke “mindshift” ervoor dat het publiek zich meer verbonden voelt met de nieuwsorganisaties en hen meer vertrouwt, doordat het maakproces transparanter wordt. Brandel laat leuke voorbeelden zien. “Questions are magical”, zegt ze. Ze kunnen volgens haar namelijk niet alleen de journalistiek herscheppen, maar de hele wereld veranderen.

Fake news en fact check 2: De patronen
THOMAS BOESCHOTEN, AD en Dataschool Universiteit Utrecht

Thomas Boeschoten duikt in zijn lezing in het Twitterlandschap en laat een visualisatie van de diverse “deelpublieken” op Twitter zien. Met zijn analyses en visualisaties weet hij inzichtelijk te maken hoe verschillende deelpublieken eigenlijk van elkaar afgezonderd raken. Dit terwijl zij wel vaak dezelfde bronnen gebruiken voor hun meningen, visies en opinies.

Thomas BoeschotenBoeschoten toont waar verschillende deelpublieken zich ten opzichte van elkaar bevinden. De ‘fatsoensmensen’, de ‘boze burgers’, de ‘vloggers’ en de ‘mensen die een account aanmaken speciaal voor hun huisdier om daar met andere huisdieren te kunnen communiceren’. Vervolgens toont hij hoe verschillende mediabronnen, onderwerpen en politieke stromingen verdeeld zijn binnen deze deelpublieken en op welke manier mainstream media en alternatieve media door deze groepen worden ingezet.

Mensen kiezen de nieuwsberichten die passen in hun wereldbeeld – “cherry-picking”. Artikelen worden uit hun context of nuance gehaald en worden gebruikt om het gewenste narratief te vertellen. Er ontstaan steeds meer “bubbels” waarbij mensen leven in een timeline vol meningen waar ze het zelf al mee eens zijn. Zo kan het gebeuren dat nepnieuws zich binnen een deelpubliek verspreidt, terwijl in een ander deelpubliek een factchecker aangetoond heeft dat dit bericht onzin is. Deze ontkrachting zal zelden terugkomen bij de groep waar het nepnieuws is geconsumeerd, omdat factcheckers het publiek dat nepnieuws leuk vindt, niet weet te bereiken.

Thomas stelt voor om dit probleem te doorbreken, maar geeft toe dat dit ontzettend lastig is. Deze bubbels prik je nu eenmaal niet even door en het is niet eenvoudig om doelgroepen te bereiken die zich distantiëren van bepaalde media-uitingen. Er is helaas geen kant-en-klare oplossing, maar de lezing van Thomas maakt het probleem inzichtelijk en tastbaar. Met zijn inspirerende visualisatie kan hopelijk steeds vatbaarder gemaakt worden op welke manier nepnieuws wellicht wél te bestrijden is en hoe media zich beter kunnen profileren ten opzichte van alle soorten deelpublieken.“We weten nu waar de deelgroepen zitten, nu moeten we nog een manier vinden om ze aan te spreken.”

How to gain the trust of the public
ANDREW GOLIS,
general manager bij de Amerikaanse journalistieke website Vox

Andrew GolisMeer dan ooit is context bij het nieuws van belang. Vanuit die gedachte is Vox in korte tijd uitgegroeid tot een grote speler op het journalistieke toneel. Gepassioneerd legt Andrew Golis uit dat het online nieuwskanaal tegen de trend van ‘informatie-overload’ ingaat. Het beantwoordt de vele vragen die door het teveel aan informatie ontstaan zijn.

Vox neemt als start-up bijzondere beslissingen in de veranderende wereld van vluchtig nieuws. De eigen website staat bijvoorbeeld niet centraal: “Het maakt niet uit waar onze content gelezen wordt. Of het nou onze eigen site, Facebook, Twitter of Instagram is. De wereld is nu eenmaal mobiel.”

Andrew2“Not objective, not opinion, just honest.” Neem dit citaat met een korreltje zout. Golis gelooft uiteraard wel in journalistiek met objectief onderzoek. Volgens hem is het daarna echter legitiem dat Vox een kant kiest als de uitkomst eenmaal duidelijk is. Transparantie is belangrijk. “Je bent betrouwbaarder als je open bent over je waarden en meningen. Alleen dan kan de waarheid op één staan.”


Dronejournalistiek: waar staan we?

STIJN POSTEMA, University of Edinburg-Napier

Stijn“We gaan zo naar buiten om twee drones te laten zien. Hier tegenover zit een politiebureau, ik zal nog uitleggen waarom dat een probleem is”, begint Stijn Postema zijn toespraak humoristisch. Een half uur heeft hij om te vertellen wat de journalistiek kan met drones, het liefst praat hij nog wat uren door. Regels, een handvol voorbeelden van journalistiek gebruik, privacy en praktische tips komen voorbij.

Postema benadrukt vooral de voordelen van drones. Onderzoeksjournalisten komen op deze manier op plekken waar zij normaal niet komen. Hij noemt onder andere oorlogsgebieden die te gevaarlijk zijn voor journalisten of waar de toegang hen ontzegd wordt.

Drones kunnen nu ook worden uitgerust met 3D-camera’s. Op die manier kan een journalist een gebied onderzoeken in een 3D-animatie. Ook Augumented Reality kan al toegepast worden, zo kun je straatnamen automatisch ‘op’ de beelden projecteren. Beginners kunnen laag instappen. Onder de 250 gram hoeft een drone namelijk niet geregistreerd te worden.

bIMG_5932
De politie reed trouwens nog langs, maar kneep een oogje toe…

Virtual Reality (VR) en 360° video’s in de journalistiek
THOMAS SEYMAT, VR-pionier Euronews

ThomasSDe techniek is beschikbaar, maar weinig media maken gebruik van VR en 360 ̊, zegt Thomas Seymat. Euronews, waar Thomas sinds 2012 werkt, loopt voorop op het gebied van VR-journalistiek in Europa. Zonder enige ervaring en kennis van zaken begon het medium met het toepassen van deze nieuwe technieken. Nu produceren ze wekelijks twee nieuwsvideo’s in meerdere talen waar de kijker daadwerkelijk ‘in’ het nieuws zit.

Inmiddels is er een breed aanbod aan 360 ̊-camera’s te krijgen. In een overzichtelijke toespraak bespreekt Seymat de voor- en nadelen per camera in het kort. “Er is geen perfecte camera. Struin het internet af en zoek uit wat geschikt is voor jou.”

Seymat doet ook uit de doeken hoe Euronews de video’s verbetert. “Aangezien de kijkers om zich heen kunnen kijken bij het zien van de beelden, kunnen wij tracken wat de meeste aandacht trekt.”

Tot slot geeft Thomas nog een paar tips mee voor beginners:
* lees je in over de ontwikkeling van VR in de journalistiek 
* doe research, er is genoeg informatie online te vinden
* check de VR journalism tipsheet
* neem je tijd, in het begin maak je onvermijdelijke fouten
* denk niet dat dit de weg is naar het snelle geld

Fake news en fact check 3: De belangrijkste lessen
RICHARD ROGERS, hoogleraar New Media en Digital Culture

RichardRichard Rogers is hoogleraar New Media en Digital Culture aan de Universiteit van Amsterdam. Hij deed diepgravend onderzoek naar de manieren waarop Rusland desinformatie en fake news verspreidt. Welke essentiële lessen over fake news zijn er volgens hem te trekken?

Het belangrijkste inzicht dat door de gehele presentatie van Rogers klinkt, luidt: blijf fake news factchecken, maar kijk vooral naar hoe het ontstaat en zich verspreidt – en hoe dit fenomeen via sociale media wordt voortgestuwd. Volgens Rogers is factchecking niet de oplossing voor het probleem: net als Thomas Boeschoten eerder op de dag benadrukt hij dat factcheck-verhalen de mensen die fake news consumeren niet bereiken. Rogers: “Deze groepen bewegen in twee totaal verschillende werelden.”

Om de verspreiding van fake news te kunnen analyseren, moet je volgens Rogers allereerst drie soorten problematisch nieuws van elkaar onderscheiden: desinformatie (opzettelijk foutieve informatie verspreiden), complottheorieën en fake news. Elke soort kent zijn eigen oorsprong en doel. Desinformatie is niets minder dan verwarring zaaien met harde, doch onjuiste, feiten en het ondermijnen van de gevestigde nieuwscultuur uit het westen. Complottheorieën spreken voor zich, terwijl fake news niet eenduidig kan worden gedefinieerd.

Het doel van fake news staat voor Rogers wel vast: het dient voornamelijk als clickbait om inkomsten te genereren. Let op persoonlijke, liefst pijnlijke human interest-verhalen waar vermoedelijk veel op geklikt gaat worden. De UvA-hoogleraar illustreert het met een treffende kop: “Russian girl raped by migrants in Berlin”. Saillant detail: het grappigste fake news – vooral in de vorm van visueel aantrekkelijke (zelfgemaakte) memes – wordt het vaakst gedeeld. Fake news is overigens ook te herkennen aan het gebruik van goedkope, generieke analytics. Rogers: “Fake news producers hebben een set van tools en technieken die enorm afwijkt van die van mainstream media, die doorgaans voor duurdere meetinstrumenten kiezen.”

borrel

Tekst: Marijke Koster, Maren Zijnstra, Floor Schoonebeek, Arja van den Bergh
Foto’s: Eva Boeter

Lees ook het verslag van deze dag door Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.