Prof. mr. Jan Crijns: De Staat van Nederland – bestraffing zonder strafrechter

Jan Crijns

Jan Crijns

In de media ligt de nadruk op strafzaken die in de rechtbank worden uitgevochten. Minder aandacht krijgt de bestraffing zonder strafrechter. Jan Crijns, hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden, legt in zijn lezing uit hoe dit werkt en wat de media hiervan kan leren.

Het klassieke uitgangspunt bij de rechtspraak is een rechter die een verdachte veroordeelt en een straf oplegt. Maar buiten dit traditionele strafrecht bestaat nog een wereld van schikkingen en eenzijdige strafbeschikkingen door het Openbaar Ministerie (OM). Bij relatief kleine vergrijpen (waar maximaal een gevangenisstraf van zes jaar voor staat) kan het OM een straf opleggen aan de verdachte zonder tussenkomst van een rechter. Voorbeelden hiervan zijn geldboetes, taakstraffen en ontzeggingen van de rijbevoegdheid. Ongeveer 40% van de strafzaken wordt door het OM op deze manier afgedaan. De verdachte heeft wel het recht om tegen deze bestraffing in verzet te gaan, wanneer dit gebeurt verschijnt de zaak voor de rechter.

Naast het strafrecht kent Nederland ook bestraffing langs de weg van het bestuursrecht door middel van een bestuurlijke boete. In de jaren 80 was het OM zo zwaar belast dat er besloten werd bestuursorganen het recht te geven boetes uit te schrijven. Een voorbeeld hiervan is een verkeersboete, maar bestuurlijke boetes kunnen inmiddels ook opgelegd worden voor tal van andere, zwaardere gedragingen, bijvoorbeeld bij het schenden van het verbod op prijsafspraken. Dergelijke boetes kunnen tot in de miljoenen lopen.

Volgens Prof. mr. Crijns heeft dit systeem zowel voor- als nadelen. Een voordeel is dat het OM ontlast wordt en dat bestraffing efficiënter is gemaakt. Daarnaast is het fijn voor burgers, omdat ze ‘low profile’ de zaak af kunnen doen. Ook krijgt de burger bij een bestuurlijke boete geen strafblad, dus is het voor burgers voordeliger wanneer zij langs de weg van het bestuursrecht worden bestraft.

Uiteraard zijn er ook nadelen. Wanneer een zaak door het Openbaar Ministerie of door een bestuursorgaan wordt afgedaan, hoeft deze niet openbaar te worden gemaakt. Hierdoor is er geen externe openbaarheid. Ook vervaagt de lijn tussen de rechtsprekende en uitvoerende macht: het onderzoek naar het feit en de bestraffing van dat feit liggen nu bij dezelfde instantie. Daarnaast toont onderzoek naar de praktijk van de strafbeschikking aan dat in de gevallen waarin de verdachte wel naar de rechter stapte, de straf lager uitviel of de verdachte zelfs werd vrijgesproken. Dit roept vragen op over de zorgvuldigheid van het systeem. Ook is bij de oplegging van bestuurlijke boetes de rechtsbijstand en de rechtsbescherming van de verdachte minder goed geregeld dan bij strafrechtelijke handhaving.

Prof. mr. Crijns wil journalisten aanbevelen bestraffing zonder strafrechter kritisch te volgen, lettend op de hierboven genoemde bezwaren en risico’s. Grote schikkingen krijgen doorgaans wel de nodige media aandacht, maar Crijns houdt de media voor dat daarnaast ook grote groepen lichtere strafbare feiten buiten de rechter om worden afgedaan.

Bekijk hier de presentatie van Jan Crijns.