De financiering van onze gezondheidszorg

Archief – Oktober 2009

Seminar over de harde kern van een zacht onderwerp

Het debat over de gezondheidszorg gaat over kwaliteit, toegankelijkheid en kosten. Dat laatste element blijft vaak met raadselen omgeven, ook in de berichtgeving in de media. En of het nu een oorzaak of een gevolg daarvan is: weinigen begrijpen waar en waarom het in de bekostiging van de gezondheidszorg wringt.

In dit seminar lichten we de sluier op. De deelnemers kennen na afloop de issues van de komende jaren en de gezaghebbende bronnen op dit gebied. Ze ontwikkelen het vermogen schijnbaar taaie financiele materie in toegankelijke, nieuwswaardige berichtgeving te vertalen. Ze leggen verbanden tussen incidenten en grotere ontwikkelingen en leggen verborgen kwesties bloot.

Bekend is dat de technologische ontwikkelingen steeds meer, en regelmatig duurdere, zorg mogelijk maken, dat vergrijzing en welvaart (obesitas) hun tol eisen en dat patienten veeleisender worden. Wie durven de noodzakelijke tegendruk te leveren?

Een veelgestelde vraag is of de zorg betaalbaar blijft. Rijzen de kosten echt de pan uit, zoals vaak wordt gezegd? Gezondheidszorg is ook goed voor de economie: er werken een miljoen mensen en er worden zieke mensen beter gemaakt. Die kunnen dus weer aan het werk, betalen weer meer belasting, enz.

Een belangrijker vraag is wellicht of de zorgmiljarden goed besteed worden. De overheid en de zorgverzekeraars die daarop moeten toezien, laten het vaak afweten. Waar het geld precies blijft, in de AWBZ bijvoorbeeld, is lang niet altijd helder. De politiek heeft die onhelderheid mede veroorzaakt. Door minder eisen te stellen (“weg met de bureaucratie”) kwam het toezicht buitenspel te staan. Voorbeeld: vroeger mochten alleen stichtingen (geen winstoogmerk) op kosten van de AWBZ zorg verlenen. Zij zijn wettelijk verplicht om nette jaarverslagen in te leveren. Gevolg: onder die stichtingen kwamen bv’s – vaak zelfs hele netwerken – te hangen, die zich veel minder hoeven te verantwoorden. Tegenwoordig mogen die bv’s ook AWBZ-geld ontvangen, maar een verantwoording blijft achterwege.

De volgende thema’s komen aan bod:

  • Marktwerking. Welke rechtsvormen mag een ziekenhuis bezitten? Waarom heeft een ziekenhuis geen recht om winst uit te keren terwijl specialisten dat wel hebben? Hoeveel ziekenhuizen gaan verdwijnen, welk type en waarom? Buitenlandse ziekenhuizen mogen actief zijn op de Nederlandse markt maar doen dat nog niet, hoe komt dat?
  • Verzekeraars. Hoe werkt het vereveningsmechanisme tussen de verzekeraars? Wat zijn de effecten van dit mechanisme? Soms zetten verzekeraars zelf instellingen op (huisartspraktijken, gezondheidscentra, apotheken, nemen ziekenhuis over, als de politiek dat goed vindt). Een goed idee?
  • Ouderenzorg. (Hoe) blijft de zorg voor de ouder en ouder wordende Nederlander betaalbaar? Blijven er genoeg handen aan het bed? Gaat de AWBZ inderdaad verdwijnen en gaat deze over in een nieuwe vorm van armenzorg?
  • Farmacie. Beslaat qua omzet (7 a 8 miljard euro) nu zo’n 10% van de de totale omzet in de Nederlandse gezondheidszorg en dit percentage stijgt nog steeds. Waar stopt die toename? Welke rol spelen geneesmiddelenfabrikanten, verzekeraars en apotheken? Wat te doen met het ontwikkelen van medicijnen tegen weinig voorkomende ziekten? Daar steken de fabrikanten met hun veeleisende aandeelhouders liever geen geld in.

Om het geleerde in praktijk te brengen krijgen de deelnemers aan het slot van de vierde bijeenkomst de opdracht twee journalistieke artikelen te schrijven. Deze worden drie maanden later, tijdens de vijfde en zesde bijeenkomst, besproken.

Docenten

Drs. David Voetelink is partner en voorzitter KPMG Gezondheidszorg. Hij volgt de gezondheidszorgsector voor KPMG nu zo’n vijftien jaar. Momenteel besteedt hij de ene helft van zijn tijd aan advisering en accountancywerk voor grote ziekenhuizen en academische ziekenhuizen, de andere helft aan opdrachten voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA).

Dr Hugo Keuzenkamp is directeur van het Westfries Gasthuis. Hij studeerde aan de London School of Economics en promoveerde aan de Duke University (VS). Schreef daarna stukken over links marktwerkingsbeleid, onder andere als columnist van Het Parool. Binnen de PvdA pleitte hij voor privatisering van de WAO. Werd niet geroyeerd, maar voorzitter van de werkgroep economie. Als linkse markteconoom verschoof zijn aandacht van de zuivere wetenschap naar beleidseconomie. In 1996 werd hij hoofdredacteur van Economisch Statistische Berichten, het vakblad voor economen. Na vier jaar ESB werd hem gevraagd om per januari 2000 algemeen directeur te worden van de Stichting voor Economisch Onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam. Tevens werd hij hoogleraar toegepast economisch onderzoek. Vier jaar later werd hij bij de Delta Lloyd Groep directeur zorgverzekeringen. Gedurende ruim drie jaar was hij daar verantwoordelijk voor het ziekenfonds, de invoering van de basisverzekering, een (mislukte) fusie met Agis en Menzis en tot slot een interne reorganisatie.

Drs. Jet Bruinsma schrijft als journalist-in-ruste nog steeds voor de Volkskrant over de gezondheidszorg. In 1997 kreeg ze de Anne Vondeling-prijs vanwege de helderheid van haar journalistieke artikelen over politieke onderwerpen. Eerder had ze, in 1994, de Kees Trimbosprijs ontvangen. Het juryrapport prees haar ‘heldere manier van schrijven over ingewikkelde onderwerpen als stelselwijzigingen of nieuwe wetgeving, niet alleen voor de zogenaamde ”incrowd”, maar voor iedereen.”