Financiële Journalistiek, de crisis voorbij

NoutJournalisten hebben te weinig zelfkritiek, houden onvoldoende rekening met de complexiteit van de financiële wereld en nemen net als politici en toezichthouders de kleur van hun omgeving aan. Dat waren enkele van de stellingen die dr. Nout Wellink, voormalig president van De Nederlandsche Bank, vrijdagmiddag 4 april 2014 opwierp tijdens een door het Expertisecentrum Journalistiek en Citi georganiseerde bijeenkomst over financiële journalistiek.

Genoeg stof voor discussie met de negentig aanwezige journalisten en bankiers, zo bleek tijdens dit symposium Financiële Journalistiek: de crisis voorbij – ter gelegenheid van de tiende uitreiking van de Citi Journalistic Excellence Award. Maarten Schinkel, columnist van NRC Handelsblad, Franka Rolvink verslaggever van het Financieele Dagblad en Merijn Rengers van de Volkskrant reageerden op Wellink. Zij wonnen alle drie al eens de Citi Journalistic Excellence Award.

DeuzeAftrap voor de discussie gaf prof.dr Mark Deuze, hoogleraar Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam, die samen met Pauline van Romondt Vis onderzoek deed naar de stand van de Financiële journalistiek: Wat is er geleerd van de crisis? En hebben de journalisten de crisis voldoende zien aankomen? Deuze stelde, zie ook De Nieuwe Reporter, dat de uitspraken van de ondervraagde journalisten in het onderzoek realistisch waren, maar “grenzen aan het fatalisme”.

“Droevig”, noemde dagvoorzitter Peter ter Horst tijdens de discussie het beeld dat rijst uit het onderzoek: journalisten willen zich wel goed verdiepen, maar daar is gewoon geen tijd voor. Ter Horst werkte Wellinks stellingen tijdens de discussie een voor een af. Zie hieronder de stellingen. Hij vroeg of er niet meer financiële journalisten moeten komen, omdat met meer analyse de journalisten de crisis misschien hadden kunnen zien aankomen. Rengers van de Volkskrant antwoordde: “We zijn met de crisis meegekrompen.”

MarikeDe complexiteit van de crisis zorgde er volgens Maarten Schinkel juist voor dat deze niet te voorspellen was. “Omdat het complex is, zie je het niet aankomen en omdat het complex is, was het ook zo erg.” Marike Stellinga adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad zei vanuit het publiek: “Ik vind dat er hier veel te negatief wordt gedaan over de behandeling van de economische crisis in de journalistiek”. Volgens haar zijn er juist heel veel waarschuwende stukken geschreven in de aanloop naar de financiële crisis. Ze noemde een cover van Elsevier uit april 2007, ver voor de crisis. Elsevier kopte ‘Mondiale economie bedreigd door tikkende kredietbom’. Stellinga las van haar telefoon: “Als die ontploft dan zullen de huizenprijzen kelderen, beurzen instorten, rentetarieven omhoog schieten…”

Wellink kwam haar tegemoet. “Er is individueel veel gedaan, maar het is nooit vertaald door de beroepsgroep, door de toezichthouders of door de centrale banken als iets wat echt vroeger of later kon ontploffen.” Wellink erkende dat juist de geslotenheid van de financiële wereld het voor journalisten extra moeilijk maakt om te achterhalen wat er speelt: “Dat is een probleem.”

Is er iets geleerd van de crisis, zou men het in de toekomst anders aanpakken? Volgens Rengers niet. “De crisis rolde over ons heen. Het wordt pas interessant zodra iets reële consequenties heeft en toen het consequenties had, ging het zo snel dat we heel hard moesten rennen om daar zo goed mogelijk verslag van te doen.” Datzelfde verklaarde volgens hem waarom artikelen over de risico’s in de aanloop naar de crisis niet meer aandacht kregen “Het wordt pas interessant als het actueel is.” Schinkel viel hem bij met een voorbeeld van een artikel uit 1994 over derivaten. Waarschuwingen over die instrumenten vielen in onvruchtbare aarde: “Het had nog geen consequenties.”

UitreikingAan het eind van de discussie reikte juryvoorzitter Jan Schinkelshoek de Citi Journalistic Excellence Award uit. Uit 23 inzendingen waren drie artikelen geselecteerd die een ticket konden opleveren voor een studiereis, georganiseerd door de Columbia Universiteit in New York. De genomineerde journalisten waren Michael Persson (Volkskrant) met ‘Naar Poetins pijpen dansen‘. Chris Hensen en Ariane Kleijwegt (NRC) met ‘Rabo’s ‘Stairway to Heaven’ in de City liep dood‘. Esther Rosenberg en Tom Kreling (NRC) met ‘Hoe Roger Lips de grootste klant van SNS werd‘. De winnaars: Chris Hensen en Ariane Kleijwegt met het stuk over de Rabobank.

De meest optimistische observatie tijdens het symposium kwam uiteindelijk misschien toch wel van Wellink: “Mijn perceptie is dat de financiële berichtgeving als gevolg van de crisis een stuk beter is geworden. Diepgravender, kritischer dan het voor die tijd was.”


Via deze link kunt u het onderzoek downloaden over de stand van de financiële journalistiek in Nederland. Het Expertisecentrum Journalistiek liet het onderzoek uitvoeren door prof.dr. Mark Deuze van de UvA, ter gelegenheid van de tiende uitreiking van de Citi Journalistic Excellence Award voor financieel journalisten op vrijdag 4 april 2014. 

 

De 7 stellingen van Nout Wellink (“Deze zijn niet allemaal even genuanceerd. Voel u dus niet gekwetst”)

(Peter ter Horst omschrijft Wellink: “Iemand die zowel hoofdrolspeler als lijdend voorwerp is geweest van de journalistiek”)

1. De journalistiek is terecht kritisch geweest op alle betrokkenen van de financiële crisis, maar heeft weinig last van zelfkritiek. De journalistiek moet royaler zijn in het erkennen en corrigeren van fouten.

2. Kritische pers zou moeten kijken waarom wereldwijd dezelfde fout is gemaakt. Kritische journalistiek moet in die zin ook internationale journalistiek zijn.

3. Er is te weinig geanalyseerd waarom goedwillende mensen wereldwijd allemaal dezelfde fouten hebben gemaakt. Aan meningen geen gebrek, maar te weinig feitelijke analyse. (Een Belgische journalist vertelde Wellink dat ze de Nederlandse pers zo veel meningen vindt bevatten.) De wereld bestond uit ministeries van Financiën en toezichthouders, niet alleen uit zwakzinnigen. Hoe kwam het dat men dacht wat men dacht?

4. Journalisten moeten benefit of hindsight erkennen. Het wordt altijd aangemerkt als flauw argument en dat is het niet. Niemand kan de toekomst zien.

5. Journalisten houden te weinig rekening met complexiteit. Als je in een complex systeem leeft, kun je alleen in de toekomst verstandige maatregelen treffen als je erkent dat die complexiteit er is.

6. Journalisten zijn net mensen. Ze nemen, net als politici en toezichthouders, de kleur van hun omgeving aan. Als iedereen euforisch is, schrijven journalisten met dezelfde euforie. Onlangs weer, toen er nieuwe gegevens kwamen over de economie: dit was de omslag. Een van de moeilijkste dingen is om die overname van kleur te voorkomen.

7. Journalistiek werk moet aan een onafhankelijke kwaliteitscontrole worden onderworpen. Bijvoorbeeld door visitatiecommissies aan het eind van het jaar. Een kwaliteitstoets, die niet de vrijheid van meningsuiting aantast.


Voor een verslag in citaten van dit door het Expertisecentrum Journalistiek georganiseerde symposium zie hieronder:

Dagvoorzitter Peter ter Horst (PtH), met Merijn Rengers (MR), Franka Rolvink (FR), Maarten Schinkel (MS) en Nout Wellink (NW):

FR: “Ik denk dat de [financiële] sector te gesloten is… Veel informatie die achteraf bekend is geworden, had veel eerder bekend moeten worden.”

NW: “Ik denk inderdaad dat de sector als zodanig te gesloten is. Dat is best een probleem. Ik ben zelf, ook bij De Nederlandsche bank, een voorstander geweest voor meer openheid. Wij vallen onder een geheimhoudingsregime.”

MS: “Je kan van journalisten denk ik niet verwachten dat ze tijdens hun dagelijks werk de tijd en de ruimte hebben om zich in dit soort zaken [zoals monoline insurers – <>] te kunnen verdiepen.”

PtH: “Moet er niet een disclaimer onder de stukken? ‘U leest hier de resultaten van 24 uur journalistieke feilbaarheid, maar we weten echt niet alles'”

NW: “Ik ben er niet van overtuigd dat als wij al onze informatie aan Maarten (Schinkel) geven, het probleem is opgelost, hoe slim hij ook is. Waar ik met de loop van de jaren achter ben gekomen, is dat veel van de verbanden die er zijn op dit moment door niemand worden gelegd.”

PtH: “Merijn, zijn jullie op de redactie zelfkritisch geweest? Hebben jullie er lessen uit getrokken?”
MR: “Nou… nee. De crisis tuimelde over ons heen… Er waren ineens bedrijven belangrijk waar je nog nooit van gehoord had… Er was iemand op de redactie die al een paar jaar voor de crisis over waanzinnige derivaten begon en iedereen keek hem wat glazig aan. We hebben een verhaal over derivaten gehad wat door de meeste mensen niet gelezen werd. Het wordt pas interessant zodra iets reële consequenties heeft en toen het consequenties had ging het zo snel dat we heel hard moesten rennen om daar zo goed mogelijk verslag van te doen.”

NW: “Journalisten verdedigen zich en zeggen dat ze gewaarschuwd hebben. Er is zo nu en dan gerapporteerd en er zijn artikelen verschenen, maar het is door de beroepsgroep niet overgenomen als een serieuze issue.”

FR: “[Wellink] heeft het over fouten, en ik denk niet dat er fouten zijn gemaakt. Iets niet brengen betekent niet dat je fouten hebt gemaakt.”

MS: “De kinderlijke wens van het publiek dat de journalist iets moet zien aankomen. Ik weet niet of dat waar is.”

MR: “Ik weet niet of lezers de krant lezen om echt diepgravende, economische analyses, of dat ze verslag willen van wat er gebeurt in de economie.”

PtH: “Waarom is de journalistiek daar zo huiverig voor, om zich op de vingers te laten kijken [door een visitatiecommissie]? Het gebeurt overal.”
FR: “Ik word elke dag op de vingers gekeken. Ik denk dat dat de beste toets is.”

Marike Stellinga: “Er zijn heel veel stukken geschreven in aanloop naar de financiële crisis. Ik geef een voorbeeld: een cover van Elsevier uit april 2007, dus echt ver van tevoren, was ‘Mondiale economie bedreigd door tikkende kredietbom’; ‘Als die ontploft dan zullen de huizenprijzen kelderen, beurzen instorten, rentetarieven omhoog schieten…’”
NW: “Dat spreek ik grotendeels niet tegen… Het is nooit vertaald door de beroepsgroep, door de toezichthouders of de centrale banken als iets wat echt vroeger of later kan ontploffen.”

MS: “Omdat het complex is, zie je het niet aankomen en omdat het complex is, is het ook zo erg.”

MS: “Men was niet onvoorbereid. Maar je had moeilijk een stuk kunnen schrijven over hoe de hemel op ons dak zou vallen. En dat is wel gebeurd.”

MR: “Wat ik fijn vond van de crisis is dat al die dingen waarvan wij dachten dat het duidelijk bullshit was, ook echt niet bleken te kloppen.”

FR: “Je krijgt als journalist juist heel vaak te horen, dat het te veel op de man af is, dat het te kritisch is. ‘Wees eens optimistisch'”

NW: “Ooit heb ik nog journalist willen worden. Dat gelooft u vast niet.”

NW: “Mijn perceptie is dat de financiële berichtgeving als gevolg van de crisis een stuk beter is geworden. Dieper gravend, kritischer dan het voor die tijd was.”