Verslag Grote Expertisedag Nieuwe Media 2012


‘Wij kunnen nu andere vragen stellen, maar de verhalen blijven cruciaal’

De tijd dat je als journalist je informatie zolang mogelijk voor jezelf moest houden, is voorbij. Samenwerking en interactie met het publiek en met andere partijen, daar draait het om. Dit bleek tijdens de Grote Expertisedag Nieuwe Media, waar journalisten uit Engeland, Amerika en Hilversum hun kennis deelden met collega’s.

Door Marchien Kuijken

Het waren bijna honderd journalisten, die deelnamen aan de tweede editie van de jaarlijkse Grote Expertisedag Nieuwe Media, op vrijdag 29 juni in de Oudemanhuispoort in Amsterdam. Een dag lang luisterden de aanwezigen, van researcher voor televisie tot redacteur bij een landelijke krant, naar inspirerende verhalen over de kansen en mogelijkheden in de productie, presentatie en de distributie van het digitale verhaal. De dag was georganiseerd door het Expertisecentrum Journalistiek en de NVJ Academy.

Dagvoorzitter Jan Bonjer, hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad, onderstreepte bij de opening van de dag dat goede journalistiek, in welke vorm dan ook, begint met een goede vraag.

Paul Bradshaw

Dat werd ook duidelijk uit het inleidende verhaal van de eerste spreker Paul Bradshaw. De Britse auteur van het Handbook of Online Journalism en oprichter van de crowdsourcingsite helpmeinvestigate.com vertelde over zijn onderzoek naar de fakkeldragers van de Olympische Spelen in Londen. Uit één dataset, met informatie over wie de fakkeldragers zijn, blijven maar verhalen voortkomen. Veel fakkeldragers bleken anders dan dat de organisatie stelde, niet uitgekozen vanwege hun bijzondere verhalen. Topmannen van bedrijven waren oververtegenwoordigd.

Bradshaw is zowel journalist als docent aan de Birmingham City University en de School of Journalism van City University Londen.

Bij zijn onderzoek naar de fakkeldragers werkte hij samen met verschillende media maar ook met het publiek. Formeel en informeel netwerken verlaagt de kosten en verhoogt de waarde van de verslaggeving. Zo gebruikte Bradshaw foto’s van de belangstellenden langs de route van fakkeldragers om de lopers te identificeren.

Wel waarschuwde Bradshaw dat journalisten duidelijk voor ogen moeten houden wat hun doel is in iedere fase van de productie. Het is vooral het uitleggen van het nieuws, dat steeds belangrijker wordt. Een multitaskende journalist die alles in zijn eentje doet, zou de laatste optie moeten zijn.

Lara Ankersmit

Toch waren de journalistieke tools van nrc.nl-journalist Lex Boon tot verbazing van de zaal een rugtas vol apparatuur om te kunnen functioneren als een ‘onemanband’. Met zijn laptop, zijn digitale spiegelreflexcamera en audiorecorder heeft hij alles wat hij nodig heeft, vertelde hij, en is hij heel flexibel. Boon was een van de drie journalisten die tussen de presentaties van de hoofdsprekers in tien minuten zijn persoonlijke ‘Tools Top 3’ aan de zaal voorlegde.

Een toenemende mate van flexibiliteit zie je ook in de distributiefase in de journalistiek, vertelde Lara Ankersmit, hoofd Nieuwe Media bij de NOS. Wachten op publicatiemomenten gebeurt steeds minder. Ankersmit besprak het liveblog na het ski-ongeluk van prins Friso. De winst van liveblogs, tegenwoordig de best bekeken delen van de website, is dat een blog het gevoel kan oproepen erbij te zijn.

Volgens NOS op 3-journalist Elger van der Wel moet sociale media worden gezien als media op zichzelf, niet alleen iets voor erbij. Als belangrijkste tools noemde hij zichzelf en de mensen die hij volgt. Van der Wel was ook een van de weinige twitterende mensen in de collegezaal, waar opschrijfblokjes het ruim wonnen van de tablets en laptops.

Armoedegegevens

Simon Rogers over datajournalistiek

De techniek liet The Guardian-journalist Simon Rogers na de lunchpauze in de steek. Dit gaf het publiek de gelegenheid flesjes water te drinken. Hoewel de deuren naar de gang openstonden, werd het steeds warmer in de ouderwetse collegezaal waarin de bijeenkomst plaatsvond. Het leek de Engelsman niet te deren. Uiteindelijk kreeg hij zijn presentatie op het scherm.

Datajournalistiek is trendy maar het is niet nieuw, stelde Rogers. Nieuw is wel dat je het publiek makkelijker toegang kunt geven tot informatie. Als voorbeeld noemde hij Britse cijfers over armoede, waarvan de enorme bestanden voorheen bijna niet te doorzoeken waren. Tegenwoordig is het mogelijk om die gegevens te combineren met gedetailleerde plattegronden, waardoor de bezoeker van de Guardian-website per postcodegebied informatie kon vinden.

The Guardian brengt datajournalistiek bij elkaar van alle journalisten bij de krant die zich daarmee bezighouden. Samen met één collega beheert Rogers het Datablog van de krant. ‘Het draait om het organiseren van informatie. We zijn verschaffers van informatie.’ Ook de overheid heeft daar baat bij. The Guardian publiceert jaarlijks een kaart van de uitgaven per overheidsdepartement zoals volksgezondheid en onderwijs. Rogers: ‘Na de publicatie belde de overheid of ze de gegevens mocht hebben. Schokkend maar waar: dat overzicht had ze zelf niet.’

Het was gebruikelijk om als journalist weinig over je informatie bekend te maken. Nu delen journalisten steeds meer gegevens, waardoor steeds nieuwe verhalen ontstaan. Er zijn daarnaast veel mensen die op hun vakgebied meer weten dan journalisten. Ook luistert Rogers naar de bezoekers van de website. Zo paste hij de kleuren aan op de plattegronden op zijn site, na commentaar van kleurenblinden.

‘Veel mensen verwarren datajournalistiek met iets visualiseren’, vertelde Rogers, ‘maar dat is slechts één manier. Statistiek is bijvoorbeeld een andere manier om nieuws uit data te halen.’ De verslaggeving rond de Britse rellen in 2010 illustreert dat. Niet alleen telde The Guardian alle tweets die samenhingen met de rellen, maar de krant bracht ook de afstanden in kaart die de relschoppers aflegden voordat ze in binnensteden gingen rellen. Het bleek dat relschoppers daarvoor soms een uur in de auto zaten. The Guardian deed dit onderzoek samen met wetenschappers van The London School of Economics.

Een vraag uit het publiek

Rogers: ‘We kunnen nu vragen stellen die we niet eerder konden stellen, maar de verhalen blijven cruciaal.’ The Guardian bracht bijvoorbeeld het brein van Anders Breivik in kaart, aan de hand van de websites die hij citeerde in zijn manifest dat hij verspreidde na zijn aanslagen in Noorwegen. Zo’n kaart kan er goed uitzien maar zonder een bijbehorend verhaal heb je er weinig aan.

Verschillende journalisten wilden weten met welke programma’s je goede kaarten en grafieken kunt maken. Fusion Tables werken goed, net als Tableau waarmee je gegevens kunt filteren per jaar, vertelde Rogers. Freelance datajournalist Jelle Kamsma gaf in de laatste Tools Top 3 ook tips over hoe je het best kunt werken in de datajournalistiek. Naast Fusion Tables kom je ook een eind met Excel. Voordat je met data aan de slag gaat, is het wel belangrijk dat je een hypothese hebt. Anders raak je makkelijk de weg kwijt.

Campagnefinanciering

De laatste spreker van de dag was Brian Hamman, adjunct hoofd van het Team Interactive News and Graphics van The New York Times. Het was voor het eerst dat een journalist uit het veertienkoppige team van Aron Pilhofer in Nederland was. Hamman begon met een woordje Nederlands, dat hij nog kende uit de jaren die hij op een internationale school in Den Haag doorbracht.

Bij de NYT-website is Hamman verantwoordelijk voor het nieuws rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november 2012.Deze verslaggeving is gegroepeerd rond thema’s variërend van de campagnefinanciering tot de debatten en kiezers, vertelde hij. De mogelijkheid om zelf de campagnefinanciering te onderzoeken op de site wordt veel gebruikt. Hierbij werkt de krant samen met de Amerikaanse non-profit organisatie ProPublica die onafhankelijke onderzoeksjournalistiek produceert. Deze aanpak van campagnefinanciering zorgt ervoor dat veel mensen The New York Times ook weten te vinden als ze daar zelf informatie over hebben en die willen delen.

Nog een voorbeeld van interactie is de mogelijkheid om als lezer of bezoeker zelf de uitkomst van de verkiezingen te voorspellen. Voor elke voorverkiezing heeft The New York Times daartoe een website gebouwd. Hierop kunnen bezoekers tot op county-niveau in de uitslagen duiken. Op de grote nieuwszenders als CNN gaat het vaak om het algemene beeld, maar veel mensen vinden het juist aantrekkelijk om in te kunnen zoomen op dat deel van de verkiezingen wat hen het meest interesseert.

Een populair deel van de NYT-site waren ook de liveblogs tijdens de 21 Republikeinse debatten voorafgaand aan de verkiezing van om de Republikeinse presidentskandidaat. Lezers en bezoekers van de website konden stemmen welke uitspraken als eerste gecheckt moesten worden. Veel verzoeken kwamen via Twitter.

Ook de persoonsgegevens van de kandidaten zijn geliefd, vertelde Hamman. Die zorgen voor veel bezoekers op de website en daar vandaan komen veel mensen op gerelateerde onderwerpen terecht. Deze publieke informatie zit niet achter de paywall. Juist via sociale media is de krant bereikbaar en wil het informatie toegankelijk maken.

Napraten in de hal

De grootste bedreiging is volgens Hamman dat redacties onvoldoende tijd hebben om informatie aan te passen aan alle verschillende vormen waarin de krant verschijnt. Er zijn 26 verschillende manieren waarop de lezer de New York Times kan zien, van papieren versie tot telefoon, website of tablet en elk daarvan kan de eerste zijn die een lezer ziet.

Het verschaffen van informatie en het interactief maken van verhalen wordt steeds belangrijker, maar tegelijkertijd zijn veel zaken nog ontontgonnen gebied in de digitale journalistiek. Deze Expertisedag Journalistiek maakte duidelijk dat er enorme mogelijkheden zijn. Die verscheidenheid aan mogelijkheden heeft echter ook consequenties. Dat bleek uit een slotopmerking van NRC-journalist en ECJ-voorzitter Dick van Eijk, die in het publiek zat. ‘Welke verhalen willen we vertellen en hoe vertellen we die verhalen? Dat wordt een steeds urgentere vraag.’ Inspirerende voorbeelden zijn er in elk geval volop.

Marchien Kuijken is journalist. Van 2007 tot juni 2012 werkte ze als eindredacteur voor De (Nieuwe) Pers.

Klik hier voor het fotoverslag en hier voor het dagprogramma (archief).