Maarten Allers

De bedreigde gemeentefinanciën

Gemeenten zijn verreweg de grootste decentrale overheid, stelt prof. dr. Maarten Allers, hoogleraar Economie van Decentrale Overheden in Groningen. Maar liefst 30 procent van het overheidsgeld wordt door gemeenten uitgegeven. Ter vergelijking: provincies spenderen maar 4 procent. De inkomstenbronnen van gemeenten zijn rijksuitkeringen, belastingen en heffingen en overige eigen inkomsten. Gemeenten hebben per definitie een sluitende begroting via het baten-lastenstelsel.

bIMG_1700De algemene uitkering uit het gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven: spendeert de overheid meer, dan krijgen de gemeenten meer. Deze uitkering wordt verdeeld op basis van zestig criteria. Het systeem is onduidelijk: gemeenten weten pas een jaar na dato hoeveel ze precies krijgen, terwijl ze een jaar vóór dato een begroting moeten leveren. Andere rijksuitkeringen hebben weer andere groeivoeten en verdeelsystemen. Als het Rijk wil bezuinigen op gemeenten, kan het zelf bezuinigen (werkt automatisch door in de algemene uitkering), extra bezuinigen op het gemeentefonds of taken overhevelen zonder volledige kostendekking.

Krijgen gemeenten hun begroting niet sluitend, dan kunnen ze in het uiterste geval beroep doen op het gemeentefonds via artikel 12. Hier betalen alle gemeenten aan mee, en als gemeente word je onder financiële curatele geplaatst. Dit systeem is uniek in de wereld, maar vrij succesvol.

Nederlandse gemeenten mogen hun eigen belastingtarieven bepalen. Hogere gemeentebelastingen in combinatie met lagere rijksuitkeringen zou leiden tot onafhankelijkere gemeenten. Een goede ontwikkeling, aldus Maarten Allers. Ook decentralisatie heeft goede kanten: er wordt meer maatwerk mogelijk, beleid kan efficiënter, en er komt beleidsconcurrentie. Gevolg van decentralisatie is wel het ontstaan van samenwerkingsverbanden. Hierdoor verliezen gemeenten hun grip en verantwoordelijkheid op projecten.

Bekijk hier de volledige presentatie van Maarten Allers.

 

Door: Sam de Voogt