Pieter Boot – Energie en duurzaamheid: hoe kan Nederland onafhankelijker worden?

IMG_9923De Europese ambities om de energievoorziening te verduurzamen zijn groot en worden in de nabije toekomst alleen maar groter, aldus Pieter Boot, sectorhoofd Lucht, Klimaat en Energie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Wat zijn de gevolgen voor energiebeleid in Nederland?

Het particuliere energieverbruik is de laatste jaren gedaald en zal verder dalen, is de verwachting van het PBL. De daling van elektrisch verbruik zit vooral in efficiëntere energievreters zoals koelkasten en wasmachines. Ook zijn er tekenen dat de warmtepomp aan populariteit wint in de Nederlandse woningen, ter vervanging van de nu dominante, maar minder energiezuinige, hoogrendementsketel.

De economie is daarentegen trendmatig gegroeid, dus het energieverbruik is losgekoppeld van economische groei. Maar, waarschuwt Boot, als Nederland op lange termijn zeker wil zijn van de energievoorziening, dan zijn steeds nieuwe beleidsimpulsen nodig. Vanaf 2020 zal onze gasproductie enorm gaan dalen en in 2025 verwacht het PBL dat Nederland netto energie-importeur wordt. Slim beleid richt zich op efficiency, vermindering van CO2-uitstoot en innovatie.

Op Europees niveau gaan de beleidsvoorstellen in deze richting, die dan ook intelligent in elkaar zitten, volgens Pieter Boot. In januari presenteerde de Europese Commissie haar energiedoelstellingen voor 2030. Zij stelt een reductie in broeikasgassen voor van 40 procent. Bovendien moet 27 procent van de totale energieproductie hernieuwbare energie zijn.

Windenergie
IMG_9913In vergelijking met omringende landen, en vooral Duitsland, lijkt Nederland achter te lopen met de productie van windenergie, maar niets is minder waar. De beschikbare ruimte is in het dichtbevolkte Nederland beperkt, waardoor het aantal megawatt per beschikbare vierkante kilometer windenergie zelfs boven ‘koploper’ Duitsland uitstijgt.

Daarmee is Nederland nog lang niet klaar. Het Energieakkoord uit 2013 zet flink in op windenergie. Zonne-energie is nog te duur. Om de doelstellingen van het akkoord te bereiken, zal tot 2020 zeven keer meer windturbines op land gerealiseerd moeten worden dan in de periode 2009-2012 is gebeurd. De groei van windturbines op zee zal nog veel drastischer moeten zijn.

Dat de subsidies op windenergie zullen verdwijnen, is niet waarschijnlijk, ondanks dat de productie van windenergie goedkoper wordt. De goedkoop geproduceerde windenergie krijgt voorrang op het elektriciteitsnet, waardoor de duurste energieproducenten (kolen, gas) plaats moeten maken en de energieprijs daalt. Bovendien, áls het waait draaien álle windturbines, dus dit prijs verlagend effect is voor windenergie sterker. Ten slotte, zo besluit Pieter Boot zijn betoog, zal CO2-opslag noodzakelijk blijven om de Europese doelstellingen te halen.

Menno Sedee