Verslag avondprogramma De Staat van Nederland 2012

Voor een verslag van het dagprogramma, klik hier.

Professorentips voor een nieuwe kabinet

Hoe Staat Nederland er werkelijk voor? Welke koerscorrecties zijn onontbeerlijk om onze welvaart veilig te stellen? Niet politici, maar vijf topwetenschappers stelden zich deze vragen op 10 september (twee dagen voor de verkiezingen) in een uitverkochte Amsterdamse Stadsschouwburg.

Tijdens deze derde aflevering van De Staat van Nederland, georganiseerd door het Expertisecentrum Journalistiek en de schouwburg, werd pijnlijk duidelijk dat in de verkiezingscampagne veel cruciale zaken buiten beeld zijn gebleven.

Hieronder de analyse en aanbevelingen van de hoogleraren voor de toekomstige regering en voor journalisten die de politiek volgen. Tips op het gebied van Europa, Gezondheidszorg, Woningmarkt, Arbeid en Onderwijs.

Door Bas Mesters

EUROPA

Prof. Dr. Sweder van Wijnbergen, hoogleraar macro-economie aan de UvA, stelt dat het belang van de EU voor de Nederlandse economie niet te overschatten valt. Meer dan de helft van het Nederlandse bruto nationaal product is direct of indirect te relateren aan handel die er met en dankzij de EU is. Van Wijnbergen’s boodschap richting eurosceptici in de politiek luidt: ,,Jezelf als handelsnatie buiten zo’n Europees blok plaatsen is heel risicovol’’. Volgens Van Wijnbergen is er echter alleen een succesvolle Europese politiek mogelijk als er meer macht naar het centrum wordt verplaatst, die vervolgens scherper gecontroleerd wordt door de burgers. Alleen beleid dat democratisch gelegitimeerd is, heeft uiteindelijk kans van slagen. Technocratisch Europees beleid is gedoemd te mislukken.

GEZONDHEID

De zorg in Nederland is (inclusief kinderopvang) duurder dan in de ons omringende landen, aldus bijzonder hoogleraar sociaal-politieke aspecten van de verzorgingsstaat Margo Trappenburg. We geven er 12 procent van het bnp, ofwel 90 miljard euro per jaar, aan uit. Een gemiddeld gezin is er bijna een kwart van zijn bruto inkomen aan kwijt. Toch gaan Nederlanders desondanks relatief weinig naar de dokter en blijven ze relatief kort in het ziekenhuis. Het aantal artsen per duizend inwoners zit onder het OECD-gemiddelde, maar de lonen van die artsen zijn veel hoger dan het gemiddelde.

Dat de zorgkosten vanaf eind jaren negentig snel zijn gestegen van 8,5 procent naar 12 procent van het BNP, komt volgens Trappenburg door het opheffen van de budgetteringen in de zorg en door het verdwijnen van de functie van poortwachter van de huisarts, die niet om elk wissewasje doorverwees. In reactie op Trappenburg’s lezing stelde emeritushoogleraar Geschiedenis Maarten van Rossem, die de avond inleidde, dat het wel meevalt met de kosten van onze zorg in vergelijking met de omringende landen als de kinderopvang buiten beschouwing wordt gelaten. Sweder van Wijnbergen voegde toe dat het vooral ook de technologische ontwikkelingen zijn die de zorgkosten doen stijgen.

WONEN

Felle kritiek op de politiek kwam van prof. dr. ir. Hugo Priemus, emeritus hoogleraar Systeeminnovatie Ruimtelijke Ontwikkeling. Hij maakt zich grote zorgen over de traagheid waarmee de woningmarkt wordt hervormd. Een paar cijfers. De totale hypotheekschuld is opgelopen tot 670 miljard euro. 700.000 huishoudens ,,staan onder water’’. Hun huis is minder waard dan hun hypothecaire schuld. De verlaging van de overdrachtsbelasting van 6 naar 2 procent kost de overheid 1,2 miljard per jaar en levert volgens Priemus niets op. De uitgaven als gevolg van de hypotheekrenteaftrek zal snel van 12 naar 15 miljard euro groeien. De huursector is niet rendabel, waardoor er niet in wordt geïnvesteerd en steeds langere wachtlijsten ontstaan voor huurwoningen, terwijl steeds meer mensen geen hypotheek kunnen krijgen voor een koophuis, omdat ze tijdelijke arbeidscontracten hebben.

Een integrale aanpak van de woningmarkt is volgens Priemus snel noodzakelijk. Het Maatschappelijk Akkoord van de Vereniging Eigenhuis, de Woonbond, de makelaars en de woningbouwcorporaties zou daarbij als uitgangspunt moeten gelden. Verder uitstel van deze hervormingen, leidt tot nog grotere problemen in de toekomst, aldus Priemus.

ARBEID

De arbeidsmarkt is de Achilleshiel van de economie, stelt prof. dr. Ton Wilthagen, hoogleraar op dit terrein in Tilburg. Daarom juist is het volgens Wilthagen zo onbegrijpelijk dat partijprogramma’s zo weinig uitgesproken zijn over dit beleidsterrein.

Nederland kenmerkt zich nu nog door een hoge arbeidsproductiviteit. We werken niet extreem lang, maar wel heel efficiënt. We zijn niet erg mobiel, blijven lang bij een baas, maar tegelijkertijd is Nederland koploper in Europa als het gaat om tijdelijke banen. Een derde van de werknemers heeft een flexbaan (ZZP, uitzend, oproep). Onder jongeren is dit zelfs de helft. Flexwerkers verdienen tot 30 procent minder loon. De kans om binnen een jaar van een flexbaan naar een vaste baan door te stromen is de afgelopen vijftien jaar drastisch afgenomen van 50 naar 20 procent nu.

Een bijkomend probleem van de flexibilisering is dat flexwerkers en ZZP-ers minder bijscholing krijgen dan vaste werknemers. De combinatie van veel flexibiliteit plus weinig toegang tot scholing is schadelijk voor productiviteit en daarmee voor de toekomst van Nederland. Hierover wordt te weinig gezegd in de partijprogramma’s, aldus Wilthagen, die vindt dat er een plan moet komen dat de voordelen van flexibiliteit handhaaft, maar dat tegelijkertijd verzekert dat Nederland innovatief en productief blijft.

ONDERWIJS

Het gaat helemaal niet zo goed gaat met het middelbaar onderwijs als de cijfers wel zouden suggereren, stelt prof. dr. Jaap Dronkers, onderwijssocioloog en hoogleraar aan het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht. Nog altijd zit Nederland qua leerprestaties in de top-10 van de geïndustrialiseerde OECD-landen. Maar we danken dit aan onze minst goede leerlingen. Het zijn de VMBO-ers die ons gemiddelde op peil houden, omdat zij in vergelijking met hun niveaugenoten elders in de OECD-landen zeer goed scoren. Vwo’ers daarentegen zakken internationaal weg.

Dronkers verwijt politieke partijen dat ze het alleen maar hebben over de hoeveelheid geld die ze extra willen investeren in onderwijs. Een visie op de belangrijkste inhoudelijke problemen ontbreekt. En dat zijn volgens hem: het onderpresteren van de Vwo’ers, de dalende kwaliteit van de leerkrachten, en de teloorgang van Nederlands als instructietaal, nu Engels in opmars is op middelbare scholen. Als deze trends niet worden gekeerd, dreigt er stormvloed, aldus Dronkers.

,,Nog nooit zo goed.’’

Als pleister op de wonden concludeerde de nationale tv-professor, emeritus hoogleraar geschiedenis Maarten van Rossem, aan het eind van de avond dat het historisch aantoonbaar geweldig goed gaat met Nederland. ,,We zijn een van de meest succesvolle economieën van de wereld en dat zijn we eigenlijk al 500 jaar.’’ Er is volgens van Rossem geen enkele aanwijzing dat in deze structurele situatie de komende 25 jaar iets gaat veranderen. ,,U heeft het nog nooit zo goed gehad.’’