Verslag ‘Haren, de journalistiek nazit’

‘Geen Facebook-rellen maar Mediarellen’

‘Waren we brengers van nieuws, of waren we onbedoeld ook aanjagers van nieuws?’ Bas Mesters, directeur van het Expertisecentrum Journalistiek, opent de journalistieke nazit van Haren met de kernvraag van de avond. Verslaggevers, media watchers en ombudsmannen gaan met elkaar in discussie over deze vraag.

Door Kaya Bouma

Zo’n veertig geïnteresseerden zijn afgekomen op het debat in de Doelenzaal van de Universiteit van Amsterdam. Onder hen bevinden zich voornamelijk journalisten, maar ook een aantal communicatieadviseurs. Job Cohen, voorzitter van de commissie die onderzoek doet naar de rellen is ook aanwezig. Een panel van drie ombudsmannen voorziet de avond van inhoudelijk commentaar: Sjoerd de Jong (NRC), Margreet Vermeulen (de Volkskrant) en Henk Blanken (Raad van de Journalistiek).

Henk Blanke (Raad voor Journalistiek)


De verslaggevers die ter plekke waren bij de Facebook-rellen doen als eerste hun verhaal. Met welk doel kwamen ze naar Haren en hoe verging het ze? Jeroen Wollaars (NOS) was de hele dag aanwezig in Haren om ‘te registreren’ wat er gebeurde. Wollaars vertelt dat hij bewust pas is gaan filmen op het moment dat er iets nieuwswaardigs gebeurde, dat was het moment dat de gemeente straatnaambordjes weghaalde. Wollaars: ‘Ik heb geprobeerd om geen onderdeel van het verhaal te worden.’

Goos de Boer van RTV Noord werd onbedoeld wel onderdeel van het nieuws: ‘Dat was toen ik live in de uitzending door de ME op de grond werd geslagen.’ De rest van de avond heeft hij geprobeerd als een journalist zoveel mogelijk alleen waarnemer te zijn. De Boer legt uit dat hij verslag deed van Haren omdat er iets aan de hand was waarvan de afloop niet bekend was. De Boer: ‘De inwoners van provincie Groningen, maar ook de inwoners van Haren wilden weten wat er zou gaan gebeuren. Daarom stond ik daar.’

Wubby Luyendijk (NRC) vertelt hoe moeilijk het was het overzicht te houden tijdens de avond. Via Twitter kwamen er berichten binnen dat er een vrouw zou zijn doodgedrukt. Van haar redactie hoorde Luyendijk dat er een persconferentie zou komen op het stadhuis. Daar aangekomen belandde Luyendijk midden tussen de rellende jongeren. ‘Uit angst heb ik eindeloos op de deur van het gemeentehuis staan timmeren: komt die persconferentie er nog?’

Alle verslaggevers zijn nog altijd bezig met Haren. De meesten omdat er nog zaken uitgezocht kunnen worden. Maar radiozender 3FM houdt zich om andere redenen nog met Haren bezig, vertelt Wilbert Mutsaers. Er worden interne gesprekken gevoerd over de rol die 3FM bij de aanloop naar het Facebook-feest gespeeld heeft. Dragen de DJ’s verantwoordelijkheid voor de rellen omdat ze luisteraars aangemoedigd hebben naar Haren te gaan? Daarover zijn de meningen bij de radiozender verdeeld. Mutsaers: ‘We hebben het over wat we doen als er de volgende keer zoiets gebeurt. Waarschijnlijk zullen we dan voorzichter zijn, alhoewel Giel Beelen heeft aangegeven dat onzin te vinden.’

Schuld van de media?
Mediasocioloog Peter Vasterman (UvA) heeft de Facebookpagina van het verjaardagsfeest in Haren geanalyseerd. Hij vertelt over zijn bevindingen. De aandacht op Facebook voor het verjaardagsfeest werd pas groot nadat de media er aandacht aan besteedden, stelt hij vast. Trouw schreef als eerste landelijke nieuwsmedium over het Facebook-feest. In dat stuk liet de woordvoerder van de gemeente Haren weten dat er misschien een noodverordening van kracht zou gaan. Vasterman: ‘Die noodverordening was voor de rest van de media aanleiding om er ook mee aan de slag te gaan.’ Diezelfde dag nemen verschillende andere media het bericht van Trouw over. Op de eventpagina van het Facebook-feest stijgt het aantal berichten die dag explosief. Stonden er aanvankelijk nog 615 berichten op de pagina, op de dag dat het feest voor het eerst in de media verschijnt worden dat er 5.949. Veel van die berichten verwijzen weer naar de berichtgeving over het feest in de media. Vasterman: ‘Er wordt veel gesproken over de Facebook-rellen, maar je zou ook kunnen spreken van de mediarellen. Het is grotendeels een mediacreatie. Iets dat op internet speelt komt in de media en dan ontploft het op internet.’

Sjoerd de Jong (NRC)


Ombudsman Sjoerd de Jong vraagt zich na het verhaal van Vasterman af of er causaliteit is tussen de berichtgeving in de media en het uit de hand gelopen Facebook-feestje. Zijn de mensen echt naar het feest gegaan omdat het in de media is geweest? Ana van Es (de Volkskrant) merkt op dat het Facebook-feestje ook van zichzelf zo kon groeien, omdat iedereen die wordt uitgenodigd weer al zijn Facebook-vrienden kan uitnodigen. Vasterman reageert hier op met de mededeling dat ook het aantal aanmeldingen voor het feest na de media aandacht explosief gestegen zijn. Vasterman: ‘Ik kan me bijna niet voorstellen dat zonder de mediaberichtgeving er ook zoveel aanmeldingen geweest zouden zijn.’ Ombudsvrouw Margreet Vermeulen reageert later op de avond ook nog op de kwestie: ‘Zo lang het niet duidelijk is wat het verband is tussen het aantal berichten op Facebook en de rol van de klassieke media, maak ik echt bezwaar tegen een term als mediarellen. Het zijn uiteindelijk de relschoppers die daar gereld hebben, niet de media.’

‘Slecht beleid valt rot te communiceren’
Na de pauze wordt de communicatie tussen gemeenten en journalisten besproken. Hoe kunnen gemeenten journalisten het beste te woord staan? Wat kan er beter? Fred Crone, burgemeester van Leeuwarden, vertelt over zijn ervaringen in crisiscommunicatie. [Hij vraagt een journalist wel eens om ergens niet over te berichten, of de berichtgeving uit te stellen. Zoals bij een zedendelict waar nog weinig mensen van op de hoogte zijn. Soms doet een journalist dat ook. Welke aanwezige journalisten hebben zo’n verzoek wel eens ingewilligd? Goos de Boer heeft wel eens meegemaakt dat een burgemeester hem vroeg iets niet te melden. ‘Maar dan zeg ik niet onmiddellijk “Ja, burgemeester.” Daar maak je als journalist zelf een afweging in, dat ligt niet bij de burgemeester.’

Ferd Crone


Crone maakt nog een ander punt over de communicatie tussen burgemeester en journalisten. Crone: ‘Als gemeente moet je heel voorzichtig zijn met communiceren welke voorbereidingen je treft als je een crisis verwacht. Dat maak je van te voren niet bekend, want daarmee agendeer je het probleem. Trouw had het verhaal over Haren misschien niet gebracht als er geen noodverordening in de lucht hing.’

Anne-Marie van het Erve, trainer crisiscommunicatie voor gemeenten, meent dat een gemeente vooral consequent moet zijn in communicatie. ‘Als je zegt: er komt een noodverordening, dan moet je dat ook handhaven.’ In het geval van Haren was er volgens Van het Erve veel onduidelijkheid: ‘Eerst was er geen feest, toen werd er een apart feestje georganiseerd, dat ging weer niet door.’ De media hebben wel een aanjagende rol gespeeld bij de rellen, meent Van het Erve, ‘maar slecht beleid valt rot te communiceren’.

Een ander punt dat Van het Erve aanstipt, is het enorme vertrouwen van het publiek in traditionele media. Dat vertrouwen brengt ook verplichtingen met zich mee, meent Van het Erve. Bovendien maakt de gemiddelde lezer geen onderscheid tussen de website en de krant zelf. Van het Erve: ‘Mensen vertrouwen heel erg wat kranten twitteren of op hun website zetten’. Maar, zoals al eerder op de avond werd vastgesteld door verschillende: internetredacties van kranten geven vooral veel nieuws zonder controle door. De internetredacties werken ook een stuk sneller dan de krant en moeten het met veel minder redactieleden doen. Daardoor is er nauwelijks tijd voor controle en kunnen er eerder foutieve berichten op verschijnen.

Job Cohen (voorzitter Commissie Haren)

De avond is bijna ten einde. Job Cohen, die de hele avond heeft toegehoord, wil nog wel een vraag stellen aan de aanwezige journalisten. Cohen: ‘Als je nu weet wat er allemaal gebeurd is, wat betekent dat nou voor het vervolg? Wat leer je daar nou van?’ Goos de Boer: ‘Je bent je nog meer bewust van het mogelijke effect van de dingen die je doet. Maar ik zeg niet dat ik het anders zou doen de volgende keer.’ Ook Jeroen Wollaars geeft aan dat hij de verslaggeving een volgende keer niet wezenlijk anders zou aanpakken. Daarop barst, voor de zoveelste keer deze avond, de discussie onder de journalisten los.