Verslag Staat van Nederland 2013, Avondprogramma

De sprekers hadden een duidelijke opdracht tijdens deze vierde Staat van Nederland, die zes dagen na Prinsjesdag plaatsvond. De hoogleraren moesten hun licht laten schijnen over de miljoenennota.  Wat betekent die voor de werkloosheid, pensioenen, zorg of de solidariteit in de samenleving?

Lobby
Hoewel het nog te vroeg is om te zeggen welke belangengroepen ook maar enige invloed op de begroting gehad hebben, verklaart hoogleraar politicologie Rinus van Schendelen waarom deze beïnvloeding in ieder geval gering is geweest. Lobbyisten hebben geen bevoegdheden en er is regelmatige sprake van amateurisme of desorganisatie. Daarbij wordt vaak gedacht dat het lobbyen in achterkamertjes in Den Haag plaatsvindt, terwijl de grootste invloed uitgeoefend kan worden vanuit Brussel; de Europese regels overstijgen immers de nationale wetgeving. Negatieve vooroordelen over lobbyisten in Nederland veegt hij van tafel; uit vergelijkend onderzoek over beroepsgroepen blijkt dat lobbyisten door het publiek als transparanter worden gezien dan journalisten of advocaten. Hoe meer belangengroepen er zijn, meent Van Schendelen, hoe democratischer het lobbyproces is.

De tip Van Schendelen het publiek geeft: om echt invloed te kunnen uitoefenen is het belangrijk te blijven lobbyen, ook na de presentatie van de begroting. Lobbyen is een permanent proces. Lobbyen in slechte economische tijden is effectiever dan in goede tijden, meent Van Schendelen. Hij

Pensioen
Prof.dr Arnoud Boot, hoogleraar ondernemingsfinanciering en financiële markten, benadrukt  dat er momenteel een grote lobby gaande is met betrekking tot de veelbesproken pensioenenpot. Wie krijgt hoeveel geld hieruit? De ouderen zijn afhankelijk van de werkende jongeren, maar die boodschap is ons nooit zo verteld. “pensioen is er bij gratie van de werkenden”, aldus Boot, en het is een illusie om te denken dat er genoeg overblijft tegen de tijd dat de jongeren met pensioen gaan.

Desondanks zorgt Boot ook voor een vrolijke boodschap: hij is ervan overtuigd dat we volgend kwartaal uit de recessie komen.

Innovaties
Een stuk sceptischer is filosoof Ad Verbrugge. Hij voorspelt dat 2014 en 2015 geen verbetering zullen tonen, onder andere omdat we in Nederland aan ,,problematiek-verschuiving’’ doen. We lossen geen problemen op, maar verschuiven ze, naar de toekomst: van de .COM crisis gingen we naar de kredietcrisis en van daar uit zijn we nu in de ,,staatsbubbel” beland. Banken worden voor veel geld in leven gehouden en we zetten het nationaal belang boven het Europese. Verbrugge is niet tegen de markt, maar verzet zich wel fel tegen rücksichtsloze marktwerking. Met bezuinigingen alleen overwinnen we de crisis niet, meent hij. We moeten op zoek naar innovaties en een vernieuwde productiviteit.

Ook hoogleraar arbeidsmarkt, Ton Wilthagen, beaamt dit. Hij begint zijn minicollege met de vraag waar we het komend jaar ons brood mee zullen verdienen. Met hervormingen en slimme innovaties, denkt hij. Deze zijn volgens hem onmisbaar om met name de jongeren aan het werkt te krijgen. Volgens Wilthagen moeten we zuinig zijn op onze jonge arbeiders en had de jeugdwerkloosheid nooit zo hoog hoeven op te lopen. Wilthagen gelooft in de ,,Startersbeurs’’, afgekeken van een soortgelijk project in buurland Duitsland, om school en werk vloeiender in elkaar over te laten lopen. Er moeten volgens hem ook meer zekerheden worden gegarandeerd aan alle arbeidsmarktparticipanten, zodat men flexibeler wordt. Boven alles pleit Wilthagen echter voor een nieuwe businessmodel: ,,we moeten de koek groter maken!’’ Van Made in China moeten we weer teruggaan naar Made in Nederland. We komen een heel eind als we simpelweg banen terugbrengen en weer zelf dingen gaan ‘maken’ in Nederland.  Dit sluit aan bij het idee van filosoof Ad Verbrugge Die denkt dat we meer moeten investeren in onze eigen gemeenschap en lokale marktwerking.  Wilthagen concludeert: “De productiviteit op de arbeidsmarkt  moet toenemen, anders gaan we meer uren werken voor minder geld.”

Groen Nederland?
Hoogleraar bestuur & beleid, Maarten Hajer, moet ons teleurstellen; zo schoon is Nederland is niet.  Ons beeld van Nederland als een land dat voorop loopt op het gebied van groene en schone energie, zonder ernstige milieuproblemen, strookt niet helemaal met de werkelijkheid. Onze doelstelling was om in 2020 voor 20% gebruik te maken van hernieuwbare energie. Dat is nu slechts 4,7 % en is bijgesteld naar 14 procent voor 2020 en het is maar de vraag of we dat halen. We hebben een hoog percentage C02-uitstoot en ook afval-productie per hoofd van de bevolking.

We hebben ons weliswaar losgekoppeld van de klassieke milieuproblemen, terwijl landen als China nog met milieuproblematiek te kampen hebben die wij in de jaren ’60 en ’70 hebben aangepakt. Maar we moeten desalniettemin toe naar een vergroening van de economie en een sterk groen innovatiebeleid ontwikkelen met nieuwe groene spelregels voor de bedrijven.

Ondanks de vele mitsen en maren, wil Hajer echter een verhaal over een schone toekomst vertellen, niet over de viezigheid in Nederland.  We hebben het immers op sommige punten ook best aardig gedaan; asfalt en bouwafval worden voor bijna 100% gerecycled en de kwaliteit van lucht, water, bodem zijn de laatste jaren toch verbeterd. En kijk naar de wolf: ,,We moeten vieren dat het Nederlandse milieu blijkbaar aantrekkelijk genoeg is voor de wolf om weer terug te keren naar dit land…!’’

Zorg
De dikke van Dale zal dit jaar ongetwijfeld de term participatiesamenleving in zijn woordenboek opnemen. Niets is zo veel besproken de afgelopen week als de transformatie van onze verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving.

Maar  “de participatie samenleving is kletspraat,” aldus hoogleraar actief burgerschap Evelien Tonkens. Het zorgenkindje van de overheid, de zorg, is helemaal niet zo duur volgens Tonkens. Onze uitgaven zijn niet extreem hoog en niet de vergrijzing is de grote boosdoener, maar de marktwerking maakt de zorg zo duur. Hoewel harde cijfers ontbreken (een tip van Tonkens aan de journalisten om dit eens grondig te onderzoeken), probeert ze haar hypothese te onderbouwen.

Zorginstellingen worden geacht een spaarpot te hebben; de premies die wij betalen staan dus op de banken op de naam van de zorginstelling. Ook moeten zorginstellingen zoveel mogelijk produceren en groeien, zoals het op de economische markt nu eenmaal betaamt. Dit maakt de zorg duur, we zouden juist zuiniger moeten doen en zo min mogelijk zorgkosten declareren.

Een andere factor die de zorg duur maakt is onze extreem lage eigen bijdragen, die een stuk hoger zullen moeten worden, voorspelt Tonkens. Steeds meer ziekten worden chronische ziekten, zoals vormen van kanker, waar men vroeger al snel dood aan ging en waar wij nu nog jaren mee doorleven. Het is begrijpelijk dat we zo lang mogelijk willen leven, maar het oprekken van die grenzen door middel van allerlei behandelingen, is ontzettend kostbaar.

Tonkens concludeert dat de afkalving van de verzorgingsstaat geen noodzaak is, maar een politieke keuze. Die keuze voor tot inkrimping zal leiden tot overbelaste mantelzorgers, ouderenmishandeling en (uitbuiting van) migranten- zorgwerkers voor de rijkeren.  De participatiesamenleving, waar de politici in de miljoenennota zo vol van waren, is niet iets waar we naar moeten streven, zo meent Tonkens.

Gabriella Adèr

Klik hier voor de presentatie van Maarten Hajer.