Verslagen Staat van Nederland 2013, Industrie & Milieu


Dr. Ineke Malsch-
Media zouden meer over innovatie moeten schrijven.

Ineke Malsch heeft een adviesbureau gespecialiseerd in Nanotechnologie, Life Sciences en ICT. Er zijn volgens haar veel kansen, waarover media meer zouden kunnen schrijven. Praktisch is er veel stof voor verhalen: over bijvoorbeeld het efficiënter maken van chemotherapie, een preventieve gezondheidszorg, en het verbeteren van gezonde mensen met bijvoorbeeld bio-chips in de ogen. Daarnaast kan er meer geschreven worden over de onbekende risico’s, de uitblijvende regulering en het ethische debat over technologische vooruitgang.

Er zijn diverse redenen om in innovatie te investeren. Overheden kunnen het doen om marktfalen te verhelpen, maar ook om maatschappelijke redenen. 85% van de Nederlandse bevolking vindt dat de overheid verantwoordelijkheid dient te dragen om nieuwe technologie voor iedereen beschikbaar te krijgen. Bedrijven investeren in innovatie om hun concurrentiepositie te verbeteren op bestaande markten, om toegang te krijgen tot nieuwe markten of om nieuwe producten te creëren. Dankzij innovatie kunnen zij hun positie in de waardeketen behouden, bijvoorbeeld als toeleverancier.

Op dit moment zit Nederland in de top vijf van OESO-landen als het gaat om overheidsuitgaven aan Research en Development, maar blijven Nederlandse bedrijven achter bij hun concurrenten in andere OESO landen. De investeringen van Rutte I en II op het gebied van technologische innovatie bestrijken negen topsectoren. Deze sectoren kenmerken zich door kennisintensiteit: zij zijn verantwoordelijk voor 96% van de totale private uitgaven aan Research en Development. Nederland hoopt hiermee  in 2020 in de top vijf van kenniseconomieën in de wereld te komen. In 2012 stond Nederland op de vijfde plaats, maar in 2013 zakten we naar plaats 8. Nederland is  een vestigingsplaats voor veel multinationals die zich bezig houden met Research en Development, denk aan Philips, Shell, Unilever. Er zijn excellente universiteiten en de focus op topsectoren scoort goed op Europese speerpunten.

Toch is er sprake van een zwalkend innovatiebeleid. Bedrijven klagen over de bureaucratie en over de versnippering van financiële middelen. Burgers vertrouwen de wetenschap nog wel, maar wantrouwen de samenwerking tussen industrie en overheid steeds vaker. Gedwongen publiek private samenwerking is goed voor de innovatiekracht van bedrijven, maar brokkelt het draagvlak af in de samenleving. Een andere bedreiging voor de innovatie is dat Nederlands beleid te weinig gericht is op het oplossen van maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatproblematiek of vergrijzing. Er ontbreekt discussie over hoe wetenschap, technologie en innovatie hieraan zouden kunnen bijdragen. Het beleid zou verder moeten gaan dan de economische belangen en het afdekken van de risico’s.

Malsch stelt niet één op één dat er een taak ligt voor de media om dit debat op gang te brengen. Ze begrijpt dat er media zijn die zich moeten concentreren op de waan van de dag. Maar er zou een meer gezamenlijke agenda moeten zijn om innovatie begrijpelijk aan de orde te stellen. Het publiek moet beter geïnformeerd worden, zodat het een dialoog kan aangaan met mensen die de besluiten nemen om innovatie te verwezenlijken.

Fieke Hamers

Klik hier voor de presentatie van Ineke Malsch.


Martin van Pernis –
Trots zijn op maakindustrie en goed kijken naar de buren

Of er nog maakindustrie is in Nederland vindt Martin van Pernis, voormalig topman van Siemens Nederland,  een domme vraag. Nederlanders zijn door de eeuwen heen altijd makers geweest; van schepen tot textiel tot dijken. Het zorgvuldige handwerk is verdwenen naar lagelonenlanden, maar wat altijd nodig zal zijn is denkwerk en ingenieurs. En om te leren hoe dat goed te organiseren moeten we goed naar onze oosterburen kijken.Hoogwaardige technologie in eigen land houden

De nieuwskoppen die achter van Pernis over het scherm zoeven zijn van succesverhalen van grote Nederlandse bedrijven. We moeten trotser zijn op wat we hebben aan bedrijven in Nederland. Journalisten zouden daar meer over moeten schrijven, aldus Pernis. “Zoals Boskalis met over de hele wereld schepen dankzij de allerbeste technologie. Of Holmatro uit Raamdonksveer dat hydraulische scharen en ander redgereedschap maakt om mensen uit wrakken te halen. Daar zijn hoogopgeleide ingenieurs voor nodig en voortdurende innovatie. Als je technologie hoogwaardig is, moet je dat in eigen land houden. De rest van het productieproces kan naar lagelonenlanden worden overgeheveld, daar is niets mis mee”, aldus Van Pernis.

De Duitsers doen het beter
“Toch moeten we beter naar Duitsland kijken. We hebben in Nederland wel MKB maar we missen echte ‘Mittelstand’. In Duitsland heeft het MKB bedrijven met 600 man die eigendom zijn van een familie en niet van externe investeerders. Niet gehinderd door hijgerige aandeelhouders kunnen die bedrijven met een lange termijnstrategie de tijd nemen echt specialist te worden op een bepaald vlak. Zo is Duitsland naar een situatie gegroeid waarin bijvoorbeeld maar 19% van een Volkswagen echt door Volkswagen gebouwd wordt. De stoel wordt door een ander bedrijf gebouwd en pas twee minuten voordat hij daadwerkelijk in de auto moet worden gemonteerd, geleverd. Die toeleveringsbedrijven doen alles lokaal, kennen de burgemeester persoonlijk, investeren in de plaatselijke sportvereniging en zijn zeer gespecialiseerd. Dat is de kracht van Duitsland. Die bedrijven durven te specialiseren, omdat de overheid hen zekerheid biedt.

“Duitsers weten hoe je industriepolitiek moet bedrijven. Toen China in 2011 een rem zette op de export van zeldzame aardmaterialen die gebruikt worden voor beeldschermen en dergelijke, raakte de hele wereld in paniek. Merkel ging gewoon naar Mongolië en sloot een bilateraal verdrag af. Terug in Duitsland haalde ze alle grote industriebonzen bij elkaar, wat ze wel vaker doet, en deelde mee dat ze voor vijf jaar de markt had veilig gesteld en dat het bedrijfsleven binnen die vijf jaar met een alternatief moest komen.

“Het onderwijs is in Duitsland ook sterker dan in Nederland. Ze halen scholieren naar hun bedrijf, waar ze prijzen kunnen winnen die vervolgens door de CEO persoonlijk worden uitgereikt. Stagiaires krijgen fatsoenlijk loon. Zo gaat een student anders naar bedrijven kijken, en kunnen die bedrijven voorkomen dat de slimste jongeren de advocatuur of het bankwezen verkiezen boven de techniek. In Nederland moeten we het doen met het techniekpact en onderbevoegde leraren. Het imago van technische studies is in Nederland heel laag. Als je vertelt dat je zoon ingenieur is, vinden mensen dat zielig. In België en Frankrijk staat het op nummer 1 van gewilde beroepen.”

Niets mis met groeivermogen
“In de troonrede gaat het over vijf jaar crisis, faillissementen, dalende huizenprijzen, achteruitgang van de koopkracht, een gigantische schuldenlast van de overheid. Een en al kommer en kwel en de regering zegt dat ze het groeivermogen van Nederland wil versterken. Met het groeivermogen van Nederland is helemaal niets mis. Het kost tijd en doorzettingsvermogen maar de regering blinkt uit in korte zittingen en kortetermijndenken.

“We moeten het van de bedrijven hebben. De Nederlandse groei zit in de export. Dat is niet erg, maar het is belangrijk om ook een thuismarkt te hebben. Daar zou de overheid moeten optreden als launching partner. De focus op topsectoren is slechts een excuus om minder te investeren in innovatie. Een overheid moet zekerheid bieden qua regelgeving, dan neemt de investeringszekerheid van bedrijven toe.  Er is veel te weinig aandacht voor het bedrijfsleven vanuit de regering. Johan Cruijff zei ooit, en dat zegt wat als een Feyenoord-commissaris hem aanhaalt, ‘een zak geld kan geen doelpunten maken’. En een overheid kan geen maakindustrie maken.’’

Fieke Hamers

 

Rathenau Instituut – Schaliegas van discussie naar  transitie

In de Verenigde Staten veroorzaakt Schaliegas een ware energierevolutie. Annick de Vries van het Rathenau Instituut en Geert Verbong van  de TU Eindhoven brengen de Nederlandse discussie over schaliegas in kaart.

In het energieakkoord wordt gesproken over het fiscaal aantrekkelijk maken van duurzame energie, over de sluiting van kolencentrales, over fondsen voor energiebesparende maatregelen. Er worden doelen gesteld op het gebied van duurzame energie, maar in de Troonrede wordt met geen woord gerept over schaliegas.

En dat terwijl er zoveel discussie over is in de samenleving. Volgens Geert Verbong, die zich als energiehistoricus bezighoudt met energietransitie, wekt elke nieuwe energiebron weerstand op – denk bijvoorbeeld aan kernenergie. “We hebben geleerd ons te verzetten tegen een inbreuk op onze omgeving. Gezag, van wetenschappers tot overheid, wordt gewantrouwd. Vandaar dat een technocratische aanpak van bovenaf niet werkt. Belangrijk is hoe je een proces van transitie ingaat.” Nuon, zegt hij,  heeft bijvoorbeeld de mensen die uitzicht hebben op een windmolenpark aandeelhouder gemaakt van dat windmolenpark. Het lijkt omkoping maar het versterkt draagvlak.

Hij ontwaart een aantal visies in het debat over schaliegas. Het wordt als game changer gezien die een omwenteling in de energievoorziening teweeg brengt. In Nederland zijn de hoeveelheden daarvoor echter  te beperkt, schattingen lopen uiteen van 10 tot 20% van de hoeveelheid gas in Slochteren. Opvallend volgens Verbong is dat er in Nederland geen visie of discussie is over een toekomst zonder gas. Niet over het opraken van het gas in Slochteren, niet over de gasinfrastructuur en de invloed van Rusland, of de rol van de EU. “Hier zou meer aandacht voor moeten komen en daar ligt een taak voor journalisten.”

Verbong stelt dat we de komende 200 jaar nog prima met fossiele brandstoffen zouden kunnen doen, zoals methaan uit de zeebodem. Vloeibaar aardgas is geen niche meer, en onconventioneel gas is in opkomst. “Voorlopig groeit het gebruik van gas alleen maar.” Het klimaat heeft volgens Verbong in de beleving van veel mensen nu eenmaal geen prioriteit:  De overheid wil meer industrie, de burger wil alleen maar meer gebruik maken van laptops en telefoons. De groei van de vraag naar energie die hier uit voortvloeit is bepaald niet duurzaam.

Volgens Annick de Vries moet de discussie over schaliegas worden verbreed en het vertrouwen worden versterkt. Als er verzet is, moet dat juist bij de besluitvorming betrokken worden. “Niet om consensus te bereiken maar om weerklank te geven aan weerstand. Op zo’n manier kan het vertrouwen in het bestuur worden vergroot.” Een mogelijkheid om vertrouwen te winnen is de opbrengsten van schaliegas in een fonds voor duurzame energie te stoppen, aldus De Vries.

Fieke Hamers


Prof. Dr. Jan Rotmans – Echte Transitie gaat gepaard met chaos.

In Duitsland heeft een democratisering van de energievoorziening plaatsgevonden. Een zogenaamde Energiewende met een revolutionaire verduurzaming tot gevolg. Pr. dr. Jan Rotmans nuanceert en legt uit waar het mis gaat in Nederland.

In Duitsland is 51% van de duurzame energie in handen van private individuals. Dat zijn boeren die hun eigen windmolens exploiteren, of huishoudens met zonnepanelen. Energie is in Duitsland weer in handen gekomen van de burger. Toch dient het juichverhaal over Duitse duurzame energiegenuanceerd te worden, aldus Rotmans. De oosterburen hebben 12% duurzame energie waar Nederland slechts 4% heeft, maar ze zijn nog altijd voor 25%  van hun totale energievoorziening afhankelijk van kolencentrales.

Onrealistische doelen
Duitsland is veel sneller in de verduurzaming van de energievoorziening dan Nederland. Duitsland had in 2003 10 procent duurzame energie en in 2013 25 procent. Nederland had in 2003 4,5 procent, in 2013 10 procent en stelt zich nu ten doel om in 2020 14 procent duurzame energie te produceren. Iets wat nooit gaat lukken, aldus Rotmans.

In Duitsland ontstond in de jaren zeventig een brede groene volksbeweging. Er kwamen in de decennia erna ook groenrode regeringscoalities die fiscale regelingen voor verduurzaming opstelden die ook nog eens werkten. In Nederland ging het andersom. Nederland was het eerst met plannen, maar vervolgens slecht in de uitvoering. “Zo waren we de eersten met normen voor uitstoot van fijnstof, maar waren we ook de eersten om ze in daad te overschrijden.”

Turfstoken in ons DNA
In Duitsland heeft de Energiewende geleid tot heftige protesten en paniek bij bedrijven, maar uiteindelijk een spectaculaire doorbraak richting duurzame energie bewerkstelligd. In Nederland wordt er in alle harmonie gepolderd zonder dat het ergens pijn doet. Zo bereik je nooit een radicale doorbraak, want echte transitie gaat gepaard met chaos, aldus Rotmans. “Wat Nederlanders neigen te vergeten is dat wij fossiele energie in ons DNA hebben, we zijn echte turfstokers. Er is bovendien sprake van overregulering en een bureaucratisch systeem dat zorgt dat zaken drie keer langer duren dan in Duitsland. Er is een falend innovatiebeleid. Als een subsidie net zijn vruchten begint af te werpen, wordt deze al afgekapt en dat is funest voor het midden- en kleinbedrijf dat best zou willen investeren in verduurzaming.”

De enorme macht van de energiemultinationals speelt Nederland ook parten. “De Dick Benschops (Topman Shell) van deze wereld maken ons wijs dat er een energietekort zou kunnen ontstaan en de media geven hem de kans deze boodschap zonder weerwoord te spuien. Journalisten moeten dat machtsspel doorzien. Ze moeten de eenzijdige framing van het fossiele energieregime doorbreken en energietransitie plaatsen in een langetermijnperspectief.”

Fieke Hamers

Klik hier voor de presentatie van Jan Rotmans.


Maarten Hajer –
Het vieste jongetje van de klas kan schoner

“We kunnen heel duurzaam onze kinderen met de bakfiets naar school brengen. Maar als we een retourvlucht naar New York blijven nemen, stoten we net zoveel CO2 uit als wanneer we een heel jaar 35 000 kilometer met de auto rijden”, aldus de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving Maarten hajer. Volgens Hajer is een grotere middenklasse de grootste bedreiging voor een schone planeet, al zijn er in Nederland veel mogelijkheden om te verduurzamen.

Nederland is ontzettend innovatief qua duurzaamheid, meent Hajer. “Zo hebben we kassen uitgevonden waarin niet alleen groente wordt verbouwd, maar die ook fungeren als energiecentrales.” Tegelijkertijd produceert Nederland zo intensief dat het op veel gebieden het vieste jongetje van de klas is. De hoogleraar somt op: Er is een enorm fosforoverschot, we scoren in de wereld middelmatig op fijnstofuitstoot, we lopen achter met hernieuwbare energie en we stoten veel C02 uit per inwoner. Lichtpuntje is dat we met hergebruik van afval goed scoren. Niet omdat Nederlanders zo braaf afval scheiden, maar omdat we hele goede nascheidingsmachines hebben.

Verbeteren efficiency cruciaal voor groen en groei
De overheid kan volgens Hajer een rol spelen bij normstelling en prijsbeleid om de efficiëntie van het gebruik van bronnen te vergroten. Zo moet vervuiling hoger belast worden. Het systeem van emissierechten in Europa is zijns inziens te zwak. Grote uitstoters van CO2  betalen rond de drie euro, terwijl onderzoek uitwijst dat vanaf 30 euro mensen pas gedrag gaan veranderen. “Regulering moet ook dynamischer. Na de invoering van energielabels voor koelkasten van E tot A zijn onder druk van consumenten steeds schonere categorieën ontstaan, waarmee producenten met elkaar concurreren: de categorieën A+++. De overheid kan nu een volgende stap zetten door de categorieën B tot en met E daadwerkelijk te verbieden. Maar dat gaat te traag. De overheid keert zelfs jaarlijks nog steeds zeven tot tien miljard euro aan milieuschadelijke subsidies uit, terwijl juist initiatieven als energiecoöperaties van burgers zou moeten benutten en belonen.

Ook zou vooruitgang anders moeten worden meten, bijvoorbeeld met Green Accounting. “Want wat is welvaart? Het idee dat wie voorop loopt met duurzaamheid niet alleen het milieu maar ook de economie een dienst bewijst, zou gemeengoed moeten worden.

Fieke Hamers